Blog

Hieronder vind je iedere week een blog met persoonlijke verhalen over situaties die te maken hebben met (vroege) psychose. Zou jij zelf ook een blog willen schrijven, incidenteel of regelmatig, over jouw ervaringen met vroege psychose (-zorg), schrijf dan een proefblog en neem contact op met Dorothé van Slooten.

  • John Jongejan: Wordt het nog lente?

    In gesprekken komt vaak naar voren, dat veel mensen na een psychose veel minder aankunnen dan vroeger. Zo deelde ik ervaringen met een cliënt die aangaf dat ze vroeger een drukke baan had maar nu niet eens meer een paar uur in de week kon werken. Ook vertelde ze dat zij niet meer kon autorijden vanwege alle prikkels, zowel van buiten als van binnen. Dat raakte iets bij mij, want ik herkende het zo goed.

    Ik vertelde dat ik vroeger barkeeper in een druk café was, ik stond er niet bij stil hoe hard ik werkte, want alles ging toch vanzelf. Later, na mijn tweede psychose, kon ik zelfs geen biertje meer tappen vanwege mijn trillende handen. Ik vond het verschrikkelijk als mensen dit in de gaten kregen. De druk werd dan zo groot dat ik geen barkeeper meer kon zijn en dus maar glazen ging halen. Dat deed ik graag, al had ik daar ook stress bij, zeker wanneer het druk was en alles snel moest.

    De cliënt en ik deelden gedachten over onze ervaring dat het leven moeilijker lijkt nadat je een psychose hebt gehad. Voor mij was het alsof ik oude patronen in mijn hoofd was kwijtgeraakt en ik alles opnieuw aan moest leren. Vandaar misschien ook wel dat het elke dag toch weer de vraag is hoe groot mijn draaglast en draagkracht is. Toen het gesprek was afgelopen voelde ik me raar. Ik maakte nog een kort praatje met een collega, wat eigenlijk te veel was, en ging snel verder naar de bus om naar een volgende cliënt te gaan. Ik wilde de cliënt bellen dat ik niet kon komen, omdat ik me niet goed voelde.  Maar dit kon ik toch niet maken, dus probeerde ik me te vermannen. Maar alles kwam op me af. Ik voelde alsof er in heel mijn wezen een wond zat, waar alles door heen ging. Wat baalde ik van deze toestand! Ik kon ook niet meer bellen, want ik was overstuur. Ik hoopte dat het snel zou zakken, ik haalde me inmiddels van alles in mijn hoofd. Boosheid, verdriet, schaamte, angst, kwaadheid, alles liep door elkaar in mijn hoofd en lijf. Ik probeerde mezelf af te sluiten voor alle prikkels.

    Daar liep ik dan met paniekgevoelens over straat naar de bushalte. Ik was geraakt en allerlei gevoelens en herinneringen aan nu en vroeger kwamen naar boven. Waar was het mis gegaan vandaag en wie kon me helpen? Ik had het besef en gevoel dat ik er weer alleen voorstond. De bus kwam eerder dan verwacht en de chaos werd minder. Op het station was het allemaal beter. Ik was blij, ik had het weer gered! Ik was wel somber, want wat als het een keer echt ontspoort? Loopt het dan goed af? Of verlies ik weer alles en  kost het me dan weer jaren om enigszins op niveau  te komen?

    Bij de volgende cliënt is het gesprek ook serieus en de man is blij dat ik er ben. We delen ervaringen en ik bied hem een luisterend oor. Hij zegt dat hij nu weer het weekend aankan. Ik ben ook blij en opgelucht dat ik grip op mezelf  kon houden, iets voor hem kon betekenen. Ik krijg een goed gevoel. Ik ben sterker dan ik dacht! Ik pak de volgende bus naar huis en zie de regen tegen de ramen slaan. Wordt het nog lente?