Resourcegroepen 11 februari 2020

Op 11 februari 2020 heeft bij het kenniscentrum Phrenos en Trimbos Instituut weer een onderzoeksbijeenkomst in het kader van de kwantitatieve monitor van Herstel voor Iedereen! plaatsgevonden.

Iedere bijeenkomst staat in het teken van uitwisseling van onderzoeksbevindingen over twee thema’s die relevant zijn voor dit platform. Het doel is uitwisseling, inspiratie en het vinden van verbindingen tussen alle initiatieven op het gebied van onderzoek.

Deze keer stonden resourcegroepen en herdiagnostiek centraal. We kunnen weer terugkijken op een inspirerende en geslaagde bijeenkomst met een breed publiek van inhoudelijke experts en onderzoekers. Hieronder volgt een kort verslag van de uitwisseling die plaatsvond omtrent het thema resourcegroepen.

Presentatie door Cathelijn Tjaden

De presentatie over het thema resourcegroepen werd gegeven door Cathelijn Tjaden van het Trimbos Instituut. Zij coördineert het landelijke onderzoek over resourcegroepen. In dit onderzoek worden door middel van een randomized controlled trial (RCT) de effectiviteit, de kosten en de implementatie van de resourcegroep-methodiek onderzocht door lange termijn uitkomsten van cliënten, die minder dan één jaar in een F-ACT team zorg krijgen en in een resourcegroep zitten, te vergelijken met cliënten die reguliere F-ACT zorg krijgen.

Het onderzoek heeft ook een kwalitatief deel waarbij negen cliënten met een resourcegroep een tijdlang worden gevolgd om meer diepgaande informatie te verkrijgen over de betekenis van deelname aan een resourcegroep. Ook de bevorderende en belemmerende factoren bij implementatie van de methodiek worden in kaart gebracht. 

In de presentatie heeft Cathelijn uitleg gegeven over wat een resourcegroep precies inhoudt, hoe het onderzoek in elkaar zit en welke knelpunten ze tijdens haar onderzoek en in de implementatie tegenkomt. Omdat het onderzoek nog lopende is, kon Cathelijn nog geen definitieve resultaten presenteren en derhalve lag de focus van de presentatie op de keuzes bij de opzet van het onderzoek, knelpunten gedurende het onderzoek en bevorderende en belemmerende elementen in de uitvoering. 

Voor het gerandomiseerde en gecontroleerde onderzoek is er gekozen om op individueel niveau te randomiseren. Deze keuze is voornamelijk gemaakt omdat dit leidde tot beter vergelijkbare groepen in de twee condities. Als uitkomstmaten is gekozen om de mate van empowerment als primaire uitkomstmaat mee te nemen omdat dit het primaire doel van de resourcegroepen, het gevoel van eigenaarschap en eigen regie in het herstelproces, het beste ondervangt.

Ook werd de mate van kwaliteit van leven, maatschappelijk functioneren, klinische symptomen, hechting en zorggebruik gemeten. Naastbetrokkenen werden ook gevraagd naar hun ervaringen. Tot slot werd een modelgetrouwheidsschaal (de R-MET) ontwikkeld om inzicht te krijgen in de implementatie van de methodiek.

In het kwalitatieve deel worden de bevorderende en belemmerende elementen van de resourcegroepen in kaart gebracht bij negen cliënten en diens naasten en casemanagers. Ook zijn de bijeenkomsten tussen de cliënt, naastbetrokkene en casemanager bijgewoond om meer informatie te verzamelen. Op basis van deze informatie konden werkzame processen, aandachtspunten en mogelijke opbrengsten worden geïdentificeerd.

Evaluatie en discussiepunten 

Op basis van de presentatie is verder gediscussieerd over het onderwerp. Hierbij werden aanbevelingen voor verbetering en bevorderende en belemmerende elementen op een rijtje gezet. Deze aanbevelingen waren gericht op de implementatie van het onderzoek en de uitvoering, op basis van de ervaringen van de cliënt en op het monitoren van verbetering op onderzoeksgebied.

Op het gebied van implementatie werd als eerste de keuze van individueel randomiseren besproken. Dit had veel voordelen, maar ook belangrijke knelpunten. Zo was er met deze methode sprake van ‘eilandjes’ omdat er weinig draagvlak was op teamniveau. Daarnaast werd geconcludeerd dat kartrekkers erg belangrijk zijn om de resourcegroepen goed uit te voeren.

Verder werden niet alle onderdelen van de resourcegroepen uitgevoerd. Sommige onderdelen waren moeizaam om in de praktijk uit te voeren. Het meest moeizame element in de uitvoering bleek vaardigheidstraining te zijn. Bevorderende elementen in de implementatie is het actief betrekken van het veld in het onderzoek, het gebruik van ervaringen en ‘echte verhalen’ van begin af aan, het houden van intervisies en het uitnodigen van cliënten bij de training.

De ervaringen van de cliënt waren overwegend positief. Een essentieel onderdeel van het slagen van de resourcegroep is om de cliënt eigenaar te laten zijn en voelen van zijn of haar resourcegroep. Een aantal cliënten ervaarden spanning en zenuwen in aanloop van de resourcegroep-bijeenkomsten, door de aandacht en de kwetsbaarheid tijdens een bijeenkomst. Anderen ervaarden het juist als prettig om in het middelpunt te staan en de eigen regie over hun herstel te pakken.

Bij de discussie omtrent de keuzes van meetinstrumenten werd teruggekoppeld dat door de cliënten voornamelijk de I-ROC (persoonlijk herstel) en de TiC-P (zorggebruik) als positief werden ervaren. De I.ROC werd aangeduid als leuk en interactief en de TiC-P was gebruiksvriendelijk. De WHO-DAS (functioneren) en de RAAS (hechting) werden minder positief ervaren.

De WHO-DAS bestaat uit negatief geformuleerde vragen en de RAAS ervaarden cliënten qua vraagstelling als moeilijk en ingewikkeld. Daardoor kon deze lijst naar inzicht van de onderzoeker niet betrouwbaar ingevuld worden, hoewel dit in de eerste resultaten niet terug te zien was.

Aandachtspunten bij het monitoren van resourcegroepen is om ook een maat voor de betrouwbaarheid van invullen te gebruiken en tijdsbesteding van de resourcegroepen als uitkomstmaat mee te nemen. Ook metingen bij naastbetrokkenen is erg belangrijk binnen dit thema. Het was echter wel moeilijk om goede respons te krijgen. Helpende elementen hierbij zijn mogelijk het geven van een beloning of het betrekken van de cliënt bij het verzoek tot invullen bij de naastbetrokkenen.

Er kan geconcludeerd worden dat de eerste ervaringen hoopvol zijn, maar dat het nog te vroeg is voor verder gaande en definitieve conclusies.
 

Cookie-instellingen