IRB 9 maart 2021

Op 9 maart vond er weer een digitale onderzoekersbijeenkomst plaats binnen het actieplatform Herstel voor Iedereen! Sarita Sanches gaf een presentatie over de individuele rehabilitatie benadering (IRB). De IRB methode is een gestructureerde methode die mensen helpt in het bereiken van hun rehabilitatiedoelen op het gebied van wonen, werken, leren, dagbesteding, vrije tijd en sociale contacten.

De IRB methode bestaat uit vier stappen: 1. Verkennen: De cliënt verkent met diens hulpverlener of hij of zij toe is aan een verandering; 2. Kiezen: Vervolgens bespreekt de cliënt met de IRB-begeleider wat hij of zij in de toekomst precies wil bereiken en op welk terrein; 3. Verkrijgen: Hier wordt gekeken welke acties, stappen en vaardigheden nodig zijn om het doel te behalen; 4. Behouden: tot slot wordt de focus gelegd op het leren van vaardigheden die de cliënt nodig heeft om succesvol en tevreden te blijven bij datgene wat de cliënt bereikt heeft. De materialen van IRB zijn hier te downloaden via de site van Rehabilitatie ’92.

In de huidige presentatie ging Sarita dieper in op het onderzoek naar de kosteneffectiviteit van de IRB methodiek op het gebied van maatschappelijke participatie (betaald werk, onbetaald werk, opleiding en zinvolle dagbesteding).

In dit onderzoek is de (kosten)effectiviteit van IRB voor mensen met een ernstige psychische aandoening (EPA) onderzocht door middel van een randomized controlled trial die IRB vergelijkt met een actieve controlegroep waarbij ook begeleiding bij participatiedoelen werd gegeven maar zonder het gebruik van een specifieke methodiek. Beide groepen werden 12 maanden gevolgd en er werd primair gekeken naar verbetering in maatschappelijke participatie en kosteneffectiviteit.

Uit het onderzoek kwam naar voren dat zowel cliënten die IRB kregen als cliënten die begeleiding kregen in de actieve controlegroep verbeterden in maatschappelijke participatie over 12 maanden. Het verschil in verbetering tussen beide groepen was niet significant. Daarnaast bleek er ook geen verschil tussen beide groepen te zijn met betrekking tot de kosteneffectiviteit.

Ondanks dat de IRB methodiek dus wel bijdroeg aan verbetering van cliënten in het bereiken van hun maatschappelijke doelen (in beide condities bereikten ongeveer 43% van de mensen hun doelen) en cliënten ook vaker aan het werk kwamen, werkte de methodiek niet per se beter dan andere vormen van rehabilitatie en verschilde het aanbod ook niet in de zorgkosten.

Als reflectie op deze bevindingen had Sarita een aantal vragen voorgelegd aan de groep om verder over te discussiëren. De eerste vraag die ze had aan de groep was wat mogelijke verklaringen zouden kunnen zijn dat er geen effecten ten faveure van de IRB methodiek zijn gevonden.

Een eerste mogelijke verklaring die hiervoor werd gegeven is dat de follow-up mogelijk met 12 maanden te kort was om duidelijke effecten zichtbaar te maken. Het bereiken van rehabilitatiedoelen kan in sommige gevallen meer tijd vragen om tot gewenste resultaten te komen met de cliënt. Daarnaast kan het zijn dat door de actieve controlegroep het contrast tussen de condities te klein was geworden.

Ook in de controlegroep is er met het bereiken van rehabilitatiedoelen gewerkt, maar dan op een minder systematische manier. Een mogelijkheid zou kunnen zijn dat rehabilitatie in veel teams al goed op orde is en cliënten al naar tevredenheid worden begeleid en dat een systematische methode als IRB daardoor iets minder toegevoegde waarde heeft dan van te voren werd verondersteld.

Tot slot kan het ook liggen aan de doelgroep die geworven is en aan het feit dat de IRB maar op één specifiek doelgebied geëvalueerd is. Er werden enkel mensen geselecteerd die al een duidelijke participatiewens hadden en dat graag wilden aanpakken of verbeteren en bij hen werd enkel gekeken naar verbetering op het gebied van maatschappelijke participatie en niet naar andere domeinen. Wellicht ligt de toegevoegde waarde van IRB wat meer bij cliënten die nog geen duidelijke wens of doel hebben op dit gebied.

Ook bleek de IRB methode tijdens het onderzoek werd uitgevoerd conform een lage modeltrouw. Dit heeft mogelijk ook invloed gehad op de resultaten. Uit eerder onderzoek naar vergelijkbare rehabilitatie methoden, zoals bijvoorbeeld IPS, blijkt dat een hoge modeltrouw leidt tot betere resultaten en dat verbetering van modeltrouw ook leidt tot verbetering van de resultaten binnen een organisatie. Dit zou een interessant thema kunnen zijn om binnen IRB verder uit te zoeken. Tot slot werd nog kort een discussie gevoerd of een andere onderzoeksopzet ook had geleid tot andere resultaten en perspectieven. Het is interessant om hier op een ander moment verder over door te spreken en mogelijk vervolgonderzoek op te doen.

Cookie-instellingen