Widel van Son

  • Widel van Son: Mensen met een psychose bewuster bezig met rijgeschiktheid

    Widel van Son is klinisch psycholoog bij het VIP-team van GGNet in Apeldoorn. Ze is lid van de Commissie Netwerk Vroege Psychose, en van daaruit voorzitter van de werkgroep Rijgeschiktheid bij Psychose. Klik hier voor meer informatie over Widel.

    Autorijden is voor veel mensen een wezenlijk onderdeel van het dagelijks leven. Om te komen waar je wezen wilt of moet zijn. Om je werk te doen, om je dierbaren te zien. Probeer je een leven voor te stellen zonder rijbewijs… Voor een meerderheid van ons staat het leven dan bijna stil.

    Maar hoe vaak heb je het met je cliënten over autorijden? Heb je enig idee hoeveel van je cliënten een rijbewijs hebben en regelmatig achter het stuur kruipen? Er is alle reden om het daar eens met hen over te hebben.

    De werkgroep Rijgeschiktheid bij Psychose is zo goed als klaar met haar werk: de adviesnota voor de minister kan bijna worden aangeboden. Maar vervolgens gaan er veel procedures en dus tijd voorbij voordat een regeling wordt aangepast.

    Net zo belangrijk voor onze cliënten vinden we dat we er met elkaar over gaan praten. Want rijgeschiktheid en verkeersveiligheid hangen niet alleen van een regeling af, maar vooral van hoe bewust mensen hiermee bezig zijn. Ben ik vandaag goed in staat om te rijden? Ook als ik een drukke dag heb gehad?

    Ik ging naar een cliënte die niet naar ons toe kon komen. Ze had migraine en wilde zo niet autorijden, met haar zoontje achterin. Heel verstandig. Op zo’n moment ben ik blij dat het onderwerp regelmatig langs komt in gesprekken: “Hoe kom je hier en kun je na een heftig gesprek veilig naar huis rijden?”.

    Zelf had ik die nacht overigens veel te weinig geslapen en was toch in de auto gestapt om op het werk te komen. Dan denk ik beschaamd aan wat er in de focusgroep van cliënten en naasten werd gezegd: “Wij, mensen met een psychotische stoornis, zijn vaak veel bewuster bezig met onze rijgeschiktheid dan mensen zonder die kwetsbaarheid. Die stappen zonder na te denken in de auto, ook als ze hun hoofd er niet bij hebben!”

    Hoe belangrijk is autorijden voor jouw cliënten? Zijn zij zich bewust van hun rijgeschiktheid? Heb je enig idee?

  • Widel van Son: Pas op, niet proberen!

    Widel van Son is klinisch psycholoog bij het VIP-team van GGNet in Apeldoorn. Ze is lid van de Commissie Netwerk Vroege Psychose, en van daaruit voorzitter van de werkgroep Rijgeschiktheid bij Psychose. Klik hier voor meer informatie over Widel.

    Begin deze zomer zat ik in een bomvolle zaal bij Phrenos voor een training van de Narrative Enhancement & Cognitive Therapy (NECT). Het ging over het verminderen van zelfstigma bij onze cliënten. Mensen durven vaak te weinig omdat ze al verwachten dat de buitenwereld vindt dat ze sukkels zijn. Omdat ze een psychose hebben gehad, of een depressie. Zelf vinden ze dat namelijk ook, of vonden ze dat vroeger in ieder geval. Dus waarom solliciteren of naar een sportvereniging, als je moet vertellen dat je er al een tijdje uit bent, of beschermd woont? In het Engels is daar zo’n treffende retorische vraag voor: Why try?!

    De training werd gegeven door Ilanit Hasson, hoogleraar uit Israël, met sabbatical in Nederland onder andere om NECT ook hier te gaan toepassen. De therapie heeft als doel om de eigen herstelmogelijkheden weer meer in beeld te krijgen, de eigen sterke kanten. Maar toen kwam de vraag uit de groep: maar wat als cliënten nu irreële doelen stellen, waardoor ze weer een mislukking erbij zullen ervaren? Moeten we ze daar niet tegen beschermen?

    Daar ging Ilanit even goed voor zitten. Ze legde ons in alle rust uit dat mensen hun eigen doelen moeten stellen, en soms zijn die niet reëel. Klopt. Maar dat iedereen zijn eigen weg te gaan heeft, zijn eigen leermomenten kiest en daarbij steun kan gebruiken om erover na te denken, in een open dialoog. Dat mislukkingen misschien wel heel waardevol zijn, dat mensen er wijzer van worden. En dat een irreële doelstelling soms ongekende krachten kan losmaken, waarmee mensen iets bereiken dat anderen nooit hadden verwacht. Onze adviezen hebben weinig gewicht als mensen niet zelf de ervaring kunnen of mogen opdoen.

    Ik herinner me een jonge meid die telkens een andere baan had, weer een andere opleiding wilde gaan doen, er telkens 100% voor ging en vervolgens afhaakte. Het team was sceptisch geworden na weer een enthousiast verhaal dat toch niet bleek te werken. Maar na vijf keer was het raak en kreeg ze een parttime baan waarbij haar een opleiding werd aangeboden die ze met succes heeft afgerond. Nu werkt ze met veel plezier en succes in een verantwoordelijke functie.

    In onze zorgzaamheid zijn we soms geneigd om belangrijke ervaringen te voorkomen. “Niet proberen” adviseren we dan. Laten we alsjeblieft gaan zeggen: ”Ja joh, super dat je weet wat je wilt, probeer het, je wordt er altijd wijzer van!”

  • Widel van Son: En wat doe jij om stigma’s te bestrijden?

    Widel van Son is klinisch psycholoog bij het VIP-team van GGNet in Apeldoorn. Ze is lid van de Commissie Netwerk Vroege Psychose, en van daaruit voorzitter van de werkgroep Rijgeschiktheid bij Psychose. Klik hier voor meer informatie over Widel.

    Vorige week volgden we met ons VIP-team de workshop Wat Doe Jij? gegeven door een jonge gz-psycholoog en één van onze ervaringsdeskundigen. Na enthousiaste verhalen van anderen had ik me verheugd op deze bijeenkomst, ook omdat we met een aantal van onze cliënten zouden deelnemen. Ik was benieuwd hoe dat zou werken. De avonden die we met onze cliëntengroep hebben zijn telkens ook zo waardevol, door wat daar allemaal openhartig wordt uitgesproken. Nu zou de openhartigheid van twee kanten komen.

    We startten met een rondje met ieders eigen talent en kwetsbaarheid. Vervolgens gingen we uiteen in kleine groepjes om te praten over in welke hokjes we zelf weleens waren geduwd, en hoe we dat hadden gevonden. Verbijsterend eigenlijk om samen vast te stellen hoeveel hokjes er zijn. En hoe we elkaar daar in plaatsen: psychiaters zijn zus, psychologen zijn zo, verpleegkundigen hebben weer andere trekjes… En vervolgens de vooroordelen die er kleven aan jong, aan oud, aan alto’s, gabbers, nerds, hipsters.

    In hokjes denken we allemaal, het helpt de wereld te ordenen. Aan de andere kant voelen we ons in ons eigen hokje vaak niet gezien en is er schaamte. Het herstelverhaal van onze ervaringsdeskundige was niet nieuw voor me maar weer mooi om te horen, omdat het enerzijds hoop geeft, maar anderzijds ook zo realistisch is.

    De film waarin Kim Helmus laat zien welke projecten er wereldwijd zijn om stigma te bestrijden, raakte ons. Met telkens de vraag die steeds logischer voor me werd: wat doe jij zelf om stigma’s te bestrijden? Je kunt immers ook in het kleine al een verschil maken. In deze bijeenkomst begon dat al met de gelijkwaardigheid tussen de deelnemers: cliënt of hulpverlener. Kwetsbaar voelen we ons allemaal weleens, in hokjes zitten en denken we ook allemaal weleens.

    Maar voor mij de belangrijkste conclusie uit deze workshop: mensen zouden zich niet moeten schamen als ze een ggz-behandeling hebben gehad, maar juist trots zijn op hun veerkracht, dat ze zoiets heftigs als bijvoorbeeld een psychose hebben overwonnen!

  • Widel van Son: NECT, oftewel de magie van verhalen

    Widel van Son is klinisch psycholoog bij het VIP-team van GGNet in Apeldoorn. Ze is lid van de Commissie Netwerk Vroege Psychose, en van daaruit voorzitter van de werkgroep Rijgeschiktheid bij Psychose. Klik hier voor meer informatie over Widel.

    Op het Phrenos Psychosecongres bezocht ik een workshop over Narrative Enhancement and Cognitive Therapy (NECT). Er stond een leuke vrouw uit Israël voor de groep, prof. Ilanit Hasson-Ohayon, zoekend naar Engelse woorden. Het was best een klus voor haar om zich goed uit te drukken en voor ons om haar goed te begrijpen. Marieke Pijnenborg zat naast haar en vertaalde op haar relaxte manier als de woorden even stagneerden.
    Er waren veel mensen afgekomen op deze veelbelovende nieuwe interventie. NECT is gericht op het werken aan (zelf)stigma, een kernprobleem waar mensen met en na een psychose vaak mee kampen. Schaamte, negatief zelfbeeld, negatieve verwachtingen over hoe anderen naar je kijken als je ‘niet spoort’. Het is één van de factoren die leiden tot het allergrootste probleem van eenzaamheid. Hoe meer handvatten we krijgen om dit probleem effectief aan te pakken hoe beter.
    Na de uitleg over de verschillende onderdelen van het draaiboek van NECT kregen we de opdracht om elkaar een verhaal te vertellen uit ons leven, zoals dat ook in het laatste gedeelte van de groepstherapie gebeurt. Vervolgens zouden we napraten en feedback geven over wat het verhaal bij ons opriep en wat we opmerkelijk vonden aan het verhaal. In groepjes van vijf schoven we wat onwennig bij elkaar, vreemden over het algemeen, of anders niet persoonlijk bekend met elkaar. Een verhaal, ja, waarover? Alles was goed… 
    We begonnen gewoon maar, en daar gebeurde het. We vertelden verhalen die we zelf best neutraal vonden. Niet beladen, met een begin en een eind. De luisteraars zaten al gauw op het puntje van hun stoel, ook in de andere groepjes in de behoorlijk grote zaal. De feedback was verrassend, over de gevoelens en vragen die de verhalen opriepen, over de open eindjes die gewoon open mochten blijven en de harmonie die anderen erin hoorden. 
    Langzaam begon het te schemeren. We deden het haardvuur en de kaarsjes aan en we hielden allemaal van elkaar. O nee, dat is niet waar. Dat haardvuur en die kaarsjes waren tl-balken. Maar een groep onbekenden had samen iets waardevols meegemaakt in een zaal in de schemering.
    Wat zit er toch telkens weer een prachtige energie in groepen, in het vertellen van het eigen verhaal en daar samen naar te luisteren. Wat troostend en bemoedigend. Wat een kracht komt daar uit.
    Laat maar komen die NECT! 

  • Widel van Son: Hè? Mag je niet rijden na een psychose?

    Widel van Son is klinisch psycholoog bij het VIP-team van GGNet in Apeldoorn. Ze is lid van de Commissie Netwerk Vroege Psychose, en van daaruit voorzitter van de werkgroep Rijgeschiktheid bij Psychose. Klik hier voor meer informatie over Widel.

    Met een rijsimulator stonden we begin oktober op het ENMESH-congres om het onderwerp rijgeschiktheid onder de aandacht te brengen. Onderzoekers op het gebied van psychose en schizofrenie uit verschillende landen van Europa, maar ook van verder weg kwamen hier bij elkaar. Heel veel van hen zijn natuurlijk gewoon afkomstig uit Nederland, behandelaars die dagelijks werken met mensen met psychose en daarnaast onderzoek doen.

    We vroegen deze collega’s of ze wisten dat je de eerste maanden na herstel van een psychose niet achter het stuur mag zitten. Wat een onbekendheid bleek er te zijn, en wat een verontwaardiging. “Hè, mag je niet rijden als je van een psychose bent hersteld?!” En vooral dit publiek vroeg natuurlijk onmiddellijk: “Is daar wel bewijs voor? Is het onderzocht dat je dan niet rijgeschikt zou zijn?” Nee, dat bewijs is er niet. En ondanks dat, mag je na herstel van een manische periode met psychose zonder recidiefvrije termijn weer rijden en na een gewone psychose niet. Overigens is ook in dat eerste geval een keuring door een psychiater nodig bij aanvraag van een rijbewijs.

    We hebben er op deze plek al vaker over geschreven: het is in onze ogen niet eerlijk dat dit verbod is gebaseerd op het oordeel over grote groepen, terwijl de individuele verschillen zo groot zijn. Nu de VN-rechten van de mensen met een handicap ook door Nederland zijn geratificeerd, hopen we de kijk die de overheid heeft op herstel, mobiliteit en verkeersveiligheid te veranderen.

    In onze ogen moet worden beoordeeld naar hoe mensen omgaan met hun symptomen. Of ze ernaar kunnen kijken en verstandige beslissingen nemen over hun rijgedrag. Herstellen van een psychose kan al een moeizame weg zijn, maar daarna ook nog eens worden beperkt door onterechte regels, daar moet verandering in komen!

    De werkgroep Rijgeschiktheid bij Psychose brengt binnenkort een nieuwe concept-richtlijn uit. In december zal iedereen die geïnteresseerd is hier commentaar op kunnen geven, zodat er een breed draagvlak zal zijn als we deze richtlijn aan de minister gaan aanbieden.  

    Opdat mensen met een psychose weer mogen rijden als ze het kunnen!

  • Widel van Son: Hoe bewust ben jij bezig met jouw rijgeschiktheid?

    Wat kan autorijden toch een centrale rol spelen bij het herstel van mensen na een psychose. “Ik kan prima autorijden, na mijn psychose heb ik per jaar zo’n 12.000 kilometers gemaakt. Sinds juni 2016 mag ik niet meer rijden voor mijn werkgever, en een dag niet naar het werk, is een dag piekeren thuis. Daar word ik echt depressief van, en soms ook een beetje achterdochtig.”

    Dit citaat komt uit een focusgroep van cliënten en naastbetrokkenen (familie, vrienden) die eind mei bij elkaar kwam om het onderwerp rijgeschiktheid te bespreken. Wanneer kun je na een psychose weer autorijden, hoe schat je de risico’s op een adequate manier in? Wanneer moeten behandelaars en keuringsartsen je waarschuwen niet in de auto te stappen? Dat gebeurde in het kader van de ontwikkeling van een nieuwe richtlijn Rijgeschiktheid bij Psychose waar een werkgroep mee bezig is.

    Opnieuw waren we onder de indruk van de ervaringen die men heeft met de oude REG2000 (de regeling Rijgeschiktheid van het ministerie), en met de nieuwe die sinds juni 2016 van kracht is.  Met deze laatste regeling hoeven mensen ‘slechts’ een half jaar te wachten na een psychose voor ze weer mogen rijden. Maar zakelijk gebruik mag nog steeds niet. Men krijgt bij een herkeuring een aantekening op het rijbewijs dat men niet voor het werk mag rijden.  Bijvoorbeeld de wijkverpleegkundige die in staat is haar werk fulltime te doen, mag niet met de auto naar cliënten rijden! Dat betekent dat mensen die voldoende hersteld zijn om weer volledig aan de slag te gaan, voor hun werkgever erg onaantrekkelijk worden.  Dat betekent nogal wat voor inkomen, zingeving, identiteit en dagelijks leven!

    Daarnaast werd bij de bijeenkomst van de focusgroep duidelijk dat de deelnemers die weer autorijden na een psychose, er zelf heel bewust mee bezig zijn of ze fit genoeg zijn. Ze plannen de reis zo, dat ze weten dat ze niet overprikkeld, te moe of te traag worden. Tot verbazing en bewustwording van één van de naastbetrokkenen: “Deze mensen hier zijn zo bewust bezig met hun rijgeschiktheid! Ze denken na over wanneer beter niet in de auto te stappen. Ik doe dat nooit, ook na een nacht slecht slapen ga ik gewoon rijden”.

    Deze groep mensen was naar Utrecht gekomen juist omdat dit onderwerp ze bezighoudt. Maar ze vertegenwoordigen een belangrijke en grote groep mensen, namelijk diegenen die behoorlijk hersteld zijn en dus degenen die we in de Ggz steeds minder te zien krijgen omdat ze geen hulp nodig hebben. Waarom zouden zij niet kunnen autorijden, ook voor hun werk?!

  • Widel van Son: Psychiaters zijn het eens over rijgeschiktheid bij psychose!

    De werkgroep Herziening Adviesnota Rijgeschiktheid bij Psychose (RijP) begon enthousiast. We voelden ons gesteund door al die behandelaren die vinden dat de regeling van een recidiefvrije periode een onding is. Weliswaar onlangs verbeterd, maar toch. ‘We’ zijn een werkgroep bestaande uit psychiaters, hoogleraren, ervaringsdeskundigen, onderzoekers, een klinisch psycholoog en een projectleider. Behoorlijk deskundig gezelschap. Het CBR staat dan ook welwillend tegenover ons werk, maar zegt daarbij: zorg alsjeblieft voor draagvlak, want soms lijkt het net alsof er evenveel meningen zijn als psychiaters. En zij zijn degenen die de beoordeling moeten doen.

    Na de enthousiaste start bleek hoe gegrond deze waarschuwing was. Unaniem iets afkeuren is één ding, bedenken hoe het wel moet is beslist iets anders. Want soms is een psychose natuurlijk wel degelijk gevaarlijk in het verkeer, net als veel andere (psychische) problemen. Hoe die grens te bepalen? En ja, ineens leken er evenveel meningen als psychiaters. Help!

    Na een uitwaaierende discussie in de werkgroep en een uitgebreide zoektocht in de internationale literatuur kwamen we op een aantal duidelijke vragen en voorstellen. Omdat er eigenlijk geen goede kwantitatieve onderzoeksgegevens zijn over risico in het verkeer bij/na psychose, werd besloten tot kwalitatief onderzoek: een focusgroep.

    Een keur aan psychiaters kwam bij elkaar: experts op gebied van psychose, psychofarmaca, een onderzoeker, keuringsarts, auteur van de vorige adviesnota, fantastisch vonden we het dat dit onderwerp zoveel betrokkenheid oproept. We hadden er zin in!

    En toen gebeurde het: vanaf het begin bleken de deskundigen het roerend met elkaar eens. En nu niet alleen over hoe het niet moet, maar ook over wat wél belangrijk is bij de beoordeling van rijgeschiktheid. En dan gaat het vooral over algemene factoren zoals die ook bij andere psychische problemen en bij alle weggebruikers spelen. Concentratie, traagheid, impulsiviteit, dat soort factoren. Oké, het is nog een klus alles goed en duidelijk te formuleren voor andere collega’s, voor keuringsartsen, voor het ministerie, Gezondheidsraad en CBR. Maar het draagvlak is er.

    Psychiaters kunnen het roerend met elkaar eens zijn!

  • Regeling Rijgeschiktheid bij psychose

    Caroline Huisman 20-12-2016 0 reacties

    Veertien dagen geleden zat ze nog goedgemutst en spraakzaam tegenover me. Nu komt er een terneergeslagen jonge meid mijn kamer in.

    Twee maanden geleden kwam een deel van de psychose terug. Toch nog, na 3 jaar. Gevolg van langzame uitputting na een drukke, vrolijke zomer. Kort maar heftig was deze psychose, haar ouders wisten even niet meer wat ze moesten. Ze was heel prikkelbaar, over niets werd ze kwaad. Tot mijn stomme verbazing was zelfs de politie er een keer bij geweest, toen ze in de auto gevaarlijk reed tijdens een woede-uitbarsting. Gelukkig knapte ze snel op toen ze weer wat Orap ging slikken, en werd ze weer zoals we haar altijd al kenden.

    Eigenlijk zat ze in de eindfase van haar behandeling, al zo lang stabiel en inmiddels weer zonder antipsychotica. Keurig in overleg met psychiater en ouders afgebouwd. We hebben haar alleen nog voor IPS bij de opleiding binnen het VIP-team gehouden. Ze heeft daarvoor een nieuw begin gemaakt bij een HBO-instelling 100 km verderop, dolblij dat ze een nieuwe kans krijgt. Heeft ze zelf geregeld trouwens, heel knap. Dus was ze de vorige keer enthousiast en optimistisch.

    Nu is ze somber en stil: er is een brief van het CBR op de mat gevallen. De politie heeft doorgegeven dat er contact is geweest vanwege een verwarde toestand, en dus zijn er vragen over haar rijgeschiktheid.

    Inmiddels, weer twee maanden later, heeft ze een brief gekregen dat ze voor een keuring moet komen. Tot die tijd is haar rijbewijs niet meer geldig. Best logisch deze communicatie tussen politie en CBR, maar wel mosterd na de maaltijd als dat pas zo laat gebeurt.

    Ik weet nu al dat ze minimaal een half jaar recidiefvrij moet zijn volgens de Regeling Rijgeschiktheid van de overheid, dus de uitslag staat bij voorbaat vast: ze mag die tijd niet rijden. Los daarvan verbijt ik me opnieuw over een regeling die voor het merendeel van mijn cliënten zo invaliderend is voor hun herstelproces. Eerst heeft ze twee jaar moeten wachten tot ze weer mocht rijden (tot juli was de regeling nog strenger). Nu weer een half jaar… Je zal maar een psychose krijgen, en dan dit er ook nog bij.

    Sommige cliënten wil ik echt niet in het verkeer tegenkomen in een auto. Maar voor de rest hoop ik dat we met de werkgroep Rijgeschiktheid bij Psychose een genuanceerde richtlijn kunnen ontwikkelen, geen mensen meer onnodig afhankelijk maken van - een soms stressvol - OV en het voor hen mogelijk maken weer aan het werk te gaan.

  • Widel van Son: De 'monsters' van ministerie en CBR zijn mensen met het hart op de goeie plek

    Dat mensen die een psychose hebben gehad twee jaar lang niet mogen rijden, dat vinden wij behandelaren een belachelijke regeling. Dan word je getroffen door een psychose, je schrikt je kapot, maar oké, je herstelt weer en pakt de draad op. En wat blijkt vervolgens? Je mag de komende twee jaar niet rijden! Dus… ben je ook nog eens je mobiliteit kwijt, je kansen om weer aan het werk te gaan, je familie en vrienden op te zoeken. Waardeloos. Een frustrerende regeling in de ogen van de psychiaters die het hun patiënten moeten vertellen en natuurlijk van iedereen die herstelgericht wil behandelen.

    We hebben veel gemopperd op het CBR en de wet. Ik kom eigenlijk alleen maar psychiaters tegen die dit monsterlijk vinden. Maar ja, niks aan te doen. Er zijn soms belachelijke wetten, we zoeken onze weg er wel mee. We wijzen onze cliënten op eigen verantwoordelijkheid, waarschuwen voor het risico bij onverzekerd rijden, etc.

    Wij, de NVP-werkgroep RijP (Rijgeschiktheid bij Psychose) heeft er eens goed de tanden in gezet en kwam tot de ontdekking dat regelingen te veranderen zijn door het ministerie - zonder tussenkomst van de Tweede Kamer - en dat er al een adviesnota bij de Gezondheidsraad ligt om de oude regeling uit 1988 bij te stellen.

    We ontdekten ook dat de betrokken ambtenaren bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu net zo omhoog blijken te zitten met deze regeling als wij. Ze krijgen veel telefoontjes met schrijnende verhalen. Hetzelfde geldt voor het CBR.

    De monsters van ministerie en CBR blijken nuchtere mensen met het hart op de goeie plaats, merkte ik. Ze zijn bescheiden over eigen deskundigheid op gebied van psychische stoornissen en houden zich aan wat psychiaters adviseren. Haha, niet het CBR en het ministerie zijn de monsters. Wij, de deskundigen op psychosegebied hebben zelf de mogelijkheid om deze regeling aan te passen met een goede onderbouwing van de herstelmogelijkheden bij psychose.

    Nu is er inmiddels (nog zonder inbreng van onze werkgroep) een nieuwe regeling gekomen dankzij het advies van NVvP en Gezondheidsraad: na een recidiefvrije psychose van een half jaar mag men weer rijden. Een belangrijke stap in de goede richting.

    Maar voor de werkgroep en mij is dat nog niet genoeg. De beoordeling zou nog veel beter moeten worden gestructureerd en toegesneden moeten zijn op de persoonlijke geschiedenis van de individuele patiënt. Zoals dat bij andere stoornissen ook al het geval is. De komende anderhalf jaar gaat de werkgroep RijP hieraan werken. Samen met de ‘monsters’ van het CBR en ministerie.

  • Widel van Son: Een kwestie van ‘op het juiste moment op de juiste plaats’

    De moeder belde, ze zat er helemaal doorheen. Haar zoon terroriseerde het gezin: er hoefde nog maar iets te gebeuren en het zou escaleren. Bij hen thuis troffen we moeder met stijlvol punkkapsel en stiefvader samen in de keurige woonkamer, aan het eind van hun latijn. De zoon kwam niet naar beneden, hij zag er de zin niet van in. We kenden hen inmiddels als een warm maar streng gezin waar ze de dingen het liefst zelf opknappen, waar veel familie over de vloer komt en regelmatig knuffels worden uitgedeeld.  De zoon was al een aantal maanden bij ons in begeleiding, maar wilde alleen zo nu en dan praten over wat hem bezighield. Voor de rest had hij eigenlijk niets nodig. De familie ook niet. Vonden we best wel jammer gezien de situatie daar thuis.
    We kwamen met zijn tweeën en luisterden naar wat ze al hadden geprobeerd om hem in het goede spoor te brengen en hun eigen grenzen te bewaken. Alles hadden ze uit de kast gehaald, maar hij wilde er niets van weten. “Zij waren gek”, niet hijzelf. We praatten met hem over minimale afspraken die er nodig waren om het samen uit te houden in huis. Of er een opname moest komen omdat ze er doorheen zaten en hij zo explosief was? Nee, nee, zover was het nog niet.
    We vertelden nog wat over psychose. Helemaal niet nodig voor de moeder, die het zelf ook in haar jonge jaren had meegemaakt toen ze nog cocaïne gebruikte. Hooguit was dit voor stiefvader nog wat nieuwe informatie. De moeder wist uit eigen ervaring wat voor medicatie haar zoon nodig had, dezelfde als die haar zo goed hielp: quetiapine retard. Onze psychiater vond het prima het ‘familierecept’ voor te schrijven. We kwamen daarna dagelijks en ineens ging het beter: ze konden weer afspraken maken en de sfeer was opgeklaard. We dachten: eindelijk! Nu kunnen we een aantal dingen in beweging zetten, we gaan behandelen!  Je wilt als hulpverlener immers graag iets bieden voor de langere termijn… Maar nee, ze hadden het contact met ons niet meer nodig.
    Maanden later komen ze samen bij de behandelplanbespreking. De zoon helemaal opgeknapt, blij dat hij zich beter voelt, aan het werk, eigen woonplek, weer actief in zijn vriendenkring, dag- en nachtritme op orde. Zijn moeder is verrassend positief over het VIP-team. Ik loop in gedachten de richtlijn langs en zeg: ‘’We hebben toch niet veel voor jullie kunnen betekenen?”. “Nou”, zegt de moeder: “Zonder jullie hadden we het nooit gered, we waren kapot gegaan. Jullie waren er op het juiste moment.”
    Richtlijnen, ze zijn broodnodig. Maar er zijn als het moet en dan weer loslaten, beiden best nog lastig voor ons hulpverleners…