John Jongejan: Waan(zinnige) winterschoenen

John Jongejan werkt als ervaringsdeskundige bij een FACT team van GGZ-Breburg en volgt de opleiding tot Sociaal Pedagogisch Hulpverlener. Wat hem in zijn werk beweegt, is dat iedereen ervaringskennis kan gebruiken voor zijn eigen proces. Klik hier voor meer informatie over John.

Ik klopte aan bij de deur. Het sneeuwde op het Leidseplein in Amsterdam. Ik hoopte dat hij me binnen zou laten want ik had al heel de ochtend rondgelopen door de kou en niemand die opendeed. De vriend vloekte toen ik te kennen gaf geld nodig te hebben. “Alweer? Nou vooruit…”, was het antwoord. We liepen samen naar de geldautomaat en hij gaf me vijfentwintig gulden. Ik bedankte hem. Hij zei : “Nou voorlopig niet meer langskomen, hoor!” Dit gaf me een vervelend gevoel. We zwaaiden naar elkaar. In de winkelstraat ging ik een goedkope schoenenzaak binnen. Mijn schoenen waren kapot en het deed zo’n pijn in de kou. Toch was alles nog te duur en ik had maar vijfentwintig gulden op zak. Ik liep helemaal achterin de zaak, op een bak met witblauwe bootschoenen en haalde er maat 44 uit. Bij de kassa vroeg ik of ik mijn oude schoenen daar mocht laten, ik zou dan mijn nieuwe gelijk aan doen. Ik had nog geld over voor een bak koffie en wat kroketten uit de muur. Ik had weinig tot geen nuchter besef van de werkelijkheid meer.

Het was de dag dat ik nog meer ging dolen en zwerven door de stad. Toen ik echt psychotisch in een politiecel belandde, kwam er een psychiater praten, maar ik deed me beter voor dan ik was. Een dag later lag ik in de psychiatrische kliniek. Ineens werd ik wakker in de isoleercel. Naakt en zonder schoenen. Na verloop van tijd was ik aanspreekbaar en mocht ik schoenen uitzoeken in een kledingdepot. Ik koos een paar lage, nette, zwarte leren herenschoenen. Ze waren iets te ruim maar ik was er zo blij mee! Die dag ging het goed met mij. Ik had het idee dat ik er door de nieuwe schoenen weer bij hoorde. Ik voelde me minder verdrietig, nu ik er netjes uit zag.

Later, na nog meer in de isoleer te zijn verbleven, kreeg ik rode Nike basketbalschoenen en een rode spijkerbroek . Deze pasten perfect en ik was er groots mee. Toen het beter ging, mocht ik met mijn moeder en zus kleren gaan kopen in de stad. Ik kocht een rode jas, wat T-shirts en een zwarte baseballpet. Het was toen al bijna zomer. Ik wilde de afgelopen tijd vergeten, dus vandaar deze “rode” metamorfose.

Ik verhuisde in die tijd naar de gesloten afdeling van het psychiatrisch ziekenhuis in Zeeland. Ze vonden me daar heel hip en modern. Het was de buitenkant want ik voelde me vaak zo rot. Kleding en schoenen waren belangrijk voor mij geworden, omdat het de veiligheid bood dat je het niet aan mij kon zien dat ik in de war was geweest. Later begreep ik dat dit toch alleen maar de buitenkant was. Ik had de jaren erna nog veel strijd, waarbij de staat van mijn schoenen mijn gemoedstoestand verraadde. Als ze afgesleten en uitgelopen waren had ik een onrustige tijd. Waren ze goed verzorgd en nog gaaf, dan ging het beter met mij.

Nu, wanneer mijn schoenen aan vervanging toe zijn, raak ik altijd gestrest. Het is als een waarschuwingsteken dat ik op mijn tellen moet passen. Ik ga dan gelijk naar de stad en koop meestal twee paar tegelijk, omdat ik me dan weer goed voel en het gevaar weer is geweken. Het gevaar doet me denken aan die waanzinnige winterschoenen en de moeilijke situatie waarin ik verkeerde. Niet dat mijn kapotte schoenen mij uit balans hebben gebracht of dat die bootschoenen me in crisis deden belanden, maar het herinnert mij eraan dat ik alert blijf. Het is een waarschuwing gebleken, dat ik toch met beide voeten op de grond blijf.

Het besef dat ik met mijzelf en de wereld om me heen in verbinding blijf, daar helpen gewone zaken enorm mee. De juiste schoenen geven mij dan ook een veilig en goed gevoel.

0  reacties