Gast bloggers

  • Marcel Hilwig: De-escalatie onder de auto

    Joyce Huls 26-06-2019 100 keer bekeken 0 reacties

    Marcel Hilwig is deze week gastblogger van het Netwerk Vroege Psychose. Hij is naast psychiater in een FACT-team in het centrum van Maastricht, ook Manager Zorg van alle FACT-teams van Mondriaan in Zuid Limburg.

    Begin van de werkdag. Soepeltjes parkeerde ik mijn auto achteruit in. Bij het uitstappen maakte iemand van onder het rookafdakje mij er op attent dat ik een zachte band had. Inderdaad, ik had er onderweg niks van gemerkt. Zelfs de meest sportieve auto ziet er behoorlijk onthand uit met een lekke band. Ik had geen zin om nu al mijn handen vuil te maken en ging eerst maar eens naar binnen voor koffie en overleg.    

    Bij het overleg kwam het bericht dat Andy met de trein op weg was van Amsterdam naar Maastricht en de intentie had om ons hulpverleners eens goed de oren te wassen. Hij was boos op iedereen: zijn vriendin die van hem was weggegaan, zijn familie die hem niet wilde helpen, de NS die hem had betrapt op zwartrijden, de verhuurder die hem uit zijn huis had gezet, de buren die hem zwart maakten en de Limburgers die hem discrimineerden omdat hij met camouflagekleding, zonnebril, bandana en rapmuziek uit de speakers -in Amsterdam écht geen probleem- werd nagekeken. En wij deden er niks aan. Hij dreigde met klappen uitdelen en het kon hem niks schelen om daarvoor in de cel te belanden, want hij had toch niks meer te verliezen.

    Agressie naar hulpverleners is een groeiend probleem aan het worden. Uit een enquête van KRO-NCRV en NU ’91 (de beroepsorganisatie voor verpleging en verzorging), die vorig jaar onder hulpverleners in de ggz gehouden werd, blijkt dat ruim 80% van de hulpverleners de afgelopen 5 jaar verbaal én fysiek geweld heeft meegemaakt. In ons team werd onlangs de discussie gevoerd of we onze grenzen niet teveel hebben verlegd. Alsof het bij het vak hoort, scheldpartijen, intimidaties en geweld. Ik hoorde een ouder het opnemen voor diens zoon die een verpleegkundige had aangevallen: “Dat is beroepsrisico”. Furieus dat de verpleegkundige aangifte had gedaan bij de politie. Twee collega’s die onlangs aan het eind van de middag alleen op kantoor waren overgebleven en hoorden dat iemand op weg was om de boel in brand te komen steken, meenden er beter aan te doen om het pand te verlaten en af te sluiten.   

    Iemand waarschuwde ons dat Andy inmiddels op weg was van het station naar ons kantoor en een behoorlijk geladen indruk maakte. Koortsachtig beraad: wel of niet binnen laten? Kans op escalatie aan de deur? Politie waarschuwen? Staat het X-guard alarm van de gsm aan?

    Ik had een idee. Ik liep naar buiten, pakte een krik en kruissleutel uit de auto, knielde voor het achterwiel en begon de moeren los te draaien. In mijn ooghoeken zag ik Andy het hek binnen komen lopen, gangsta style. Dr Dre koptelefoon om de nek, zonnebril op het voorhoofd, legerboots met de ritsen open, wijd windjack. Ik moest denken aan die keer dat ik als arts-assistent op de EHBO tegenover een door het lint gaande patiënt onverstoorbaar wilde blijven. Ik wilde me niet laten kennen maar de man fokte zich alleen maar nóg meer op en pakte een stoel om in mijn richting te gooien. Opeens kwam er achter mijn rug een verpleegkundige tevoorschijn en met een heel andere toon in haar stem nam zij de regie over: “Nou nou nou, meneer, wat maakt u een kabaal, ik word er gewoon bang van!”. Wilde meneer soms een bekertje koffie? Als ze nou even rustig met hem kon zitten dan kwamen we er vast wel uit. ’s Mans agressie smolt als sneeuw voor de zon. Hij ging gedwee zitten, bedankte voor het bekertje ziekenhuiskoffie en vouwde zijn handen eromheen alsof hij zich er aan wilde warmen. “Zo, dat is beter”, zei de verpleegkundige en schoof gezellig dichterbij. “Vertel mij nou eens rustig wat er allemaal aan de hand is”.

    De wielmoeren zaten goed vast dus het kreunend, half vloekend geluid dat ik maakte was niet gespeeld. Ik zag de legerboots naast me opduiken en voelde hem schakelen. Hij knielde naast me en zei: “Hey doc, laat mij maar effe, u hebt het aan uw knie toch?”. Impulsief vriendelijk en behulpzaam. De situatie werkte ontwapenend. Als er nog een spoor van agressie was dan ging dat in de klappen die hij op de kruissleutel gaf verloren. Als dank voor de vlotte wielwissel wilde ik hem een broodje aanbieden maar hij had zijn koptelefoon al weer op gezet en gebaarde dat het OK was. Hij ritste zijn jack dicht, liep licht swingend het hek weer uit en leek vergeten te zijn waarvoor hij gekomen was. 

     

  • Yvonne de Jong: We zijn allemaal wel eens een beetje psychotisch!

    ProfielfotoDorothé van Slooten 24-05-2019 166 keer bekeken 0 reacties

    Yvonne de Jong werkt als klinisch psycholoog vanuit Youz in het VIP-team Zuid Rotterdam. Zij doet promotieonderzoek naar psychotische ervaringen bij kinderen van 12-17 jaar. Naar aanleiding van de Psychose Awareness Day van 24 mei 2019 schreef ze dit blog.

    Onderweg naar mijn werk mijmer ik over de jongeren die ik zal spreken vandaag. Met name de zestienjarige jongen die zich achtervolgd weet door een demon blijft bij mij hangen. Hij is zo angstig, hoe zou ik hem duidelijk kunnen maken dat demonen niet bestaan?

    Plotseling moet ik boven op mijn rem staan, ik word afgesneden. Een geestachtig figuur met vleugels staart mij met lege ogen aan. Het duurt een halve seconde voor ik besef dat het een sticker op de achteruit van de auto voor mij is. Ik haal adem en mijn stresssysteem kalmeert, wetende dat ik veilig ben. Toch toevallig dit, zegt mijn gevoel. Ik haal de auto in en zie een jongeman die niet zou misstaan op de gemiddelde hardcore party. Ik grinnik even om het proces in mijn hoofd. Mijn christelijke opvoeding in een familie met paranormale ervaringen geeft mij in dat er wel zoiets als een duivel zou kunnen zijn. De onderzoeker in mij wijst op mijn verhoogde dopaminegehalte in deze stresssituatie en de familiaire belasting met psychose. Is er hier werkelijk een demon aan het bewijzen dat hij bestaat? Dacht het niet.

    Plots schiet mijn voet weer naar het rempedaal. De auto voor mij remt met een voor mij onbekende reden. De weg voor de auto is namelijk leeg. Hm, toch toevallig.

    Betekent bovenstaande dat ik gek aan het worden ben? Zou kunnen. De onderzoeker in mij weet echter dat ik betekenis aan het geven ben aan de wereld om mij heen en dat dit soort bijzondere ervaringen heel vaak voorkomen.

    De meeste kinderen hebben wel eens gedacht dat er een monster onder hun bed ligt of dat zij vanuit het donker ineens gegrepen kunnen worden. Je als volwassene doodschrikken van een opwaaiend papiertje na het kijken van een horrorfilm is ook niet ongewoon. Ook ervaringen waarbij je je naam hoort roepen of de deurbel hoort gaan terwijl dit niet zo is, komt vaak voor. Denken dat mensen over je praten als ze naar je kijken is ook wel iets wat eenieder kan herkennen. Als deze ervaringen vaker voorkomen, zeker als deze vlak na elkaar voorkomen en passen bij waar je aan denkt, wordt het moeilijker om bij de realiteit te blijven. Praten met andere mensen en checken of wat je ervaart klopt, is aan te raden. Voor velen die dit soort ervaringen hebben is praten over dit soort belevenissen bijzonder lastig. Immers, anderen kunnen nog wel eens de betekenis geven dat je een gek persoon bent. Veel mensen trekken zich dan ook terug en praten er maar niet over.

    Zullen we wat normaler doen over dit soort ervaringen? Zodat we mensen die de realiteit kwijtraken wat sneller in het hier en nu kunnen krijgen en zij op ons kunnen steunen? We zijn tenslotte allemaal wel eens een beetje psychotisch.

  • Johan Stegeman en Marieke Pijnenborg: Even bijpraten - na 25 jaar

    Joyce Huls 21-05-2019 936 keer bekeken 0 reacties

    Het verhaal van Johan Stegeman

    Johan Stegeman werkt als ervaringsdeskundige in het VIPteam van GGNet. Verder leest en schrijft hij graag en heeft een spirituele zienswijze. 

    Ongeveer een half jaar geleden las ik op de site van Netwerk Vroege Psychose een blog over een werkbezoek van twee professionals aan Indonesië. In het blog wordt uitvoerig verslag gedaan van hoe de psychische hulp daar is en het verschil ten opzichte van hier. Ook de eigen ervaringen en belevingen van de professionals komen in de blog naar voren. De conclusie: op het gebied van psychische zorg kan er nog veel van elkaar geleerd worden. Ik was enthousiast, wellicht mede omdat ik zelf een aantal keren in Indonesië ben geweest en wel wat heb meegemaakt daar. Als reactie op het artikel heb ik iets geschreven in de trant van “Mooi initiatief”.

    Ik weet het nog goed. Het was volgens mij een zondagavond. Ik lag lekker in bad en keek even op mijn telefoon om te zien hoe laat het was, toen ik een inkomend persoonlijk berichtje op LinkedIn zag van Marieke Pijnenborg. Functie: professor. Ik dacht: “Wat moet een professor nu met mij?” Wat bleek? Ze kende mij van vroeger en toen ging er bij mij een lampje branden. Ik kende haar namelijk ook van vroeger. We komen beiden uit een klein plaatsje in de achterhoek en ik zat bij vriendinnen van haar op de Mavo, zij zat op het Atheneum. We hebben vervolgens een paar berichtjes op LinkedIn heen en weer gestuurd en daar bleef het tot voor kort bij.

    Een aantal weken geleden, mijn boek was net uitgekomen, besloot ik een berichtje te sturen met de vraag of ze interesse had in mijn boek. Mijn aanbod werd hartelijk ontvangen en ze benaderde mij of ik misschien samen met haar geïnterviewd zou willen worden in het kader van Psychose Awareness Day 2019. Zonder daar over na te hoeven denken heb ik volmondig “Ja!” gezegd. Beiden streven we naar een eerlijker beeld over psychose. Beiden vinden we dat een normaal leven zeker mogelijk is na een dergelijke ontwrichtende gebeurtenis.

    Vervolgens hebben we een belafspraak gemaakt. Ik zou haar de volgende dag om 11 uur bellen. Zo gezegd zo gedaan, maar de verbinding werd verbroken. Ik dacht nog, ach ze zal het wel druk hebben. Ik probeer het over 10 minuten nog eens. Wederom werd echter de verbinding verbroken en ook de derde poging mislukte. In de tussentijd belde ik mijn moeder, die ik gewoon aan de lijn kreeg. Op LinkedIn Marieke een bericht gestuurd dat ik haar niet kon bereiken omdat de verbinding werd verbroken. Schreef zij mij terug dat zij het ook tot 3 keer toe geprobeerd had en dat zij ook haar moeder had gebeld om te checken of het aan haar telefoon lag. Om een lang verhaal kort te maken: ik ben naar mijn buurman gelopen en heb Marieke gevraagd hem te bellen. Toen we elkaar uiteindelijk toch spraken, grapte ik dat ik me als gevolg hiervan wel wat psychotisch begon te voelen. Marieke antwoordde dat het erop leek dat de kosmos zich tegen ons keerde.  We moesten er beiden om lachen. We kunnen alleen via LinkedIn contact leggen hebben en dat is tot op de dag van vandaag het geval. Vreemd toch…

    We hebben een leuk telefoongesprek gehad waarbij we het ook gehad hebben over de mensen die we nog van vroeger kenden. Het voelde zo vertrouwd! En vandaag dan het dubbelinterview met het Dagblad van het Noorden. Wauw, ik ben blij dat we elkaar weer ontmoeten.

    Het verhaal van Marieke Pijnenborg

    Marieke Pijnenborg is hoogleraar psychotische stoornissen aan de Rijksuniversiteit Groningen en GZ-psycholoog/ cognitief gedragstherapeut en hoofd onderzoek Langdurige Zorg bij GGZ Drenthe. Ze houdt zich o.a bezig met bestrijden van stigma en bevorderen van inclusie van mensen met psychische stoornissen en van psychose in het bijzonder.

    Stikzenuwachtig zat ik vanmorgen in de trein. Dat overkomt me niet zo vaak meer. Vandaag staat een bijzondere ontmoeting gepland. In het kader van Psychose Awareness Day op 24 mei word ik geïnterviewd door een journalist van het Dagblad van het Noorden. Maar goed, een interview: ‘been there, done that’. Waarom ik dit specifieke interview zo spannend vind, is omdat het een dubbelinterview is met een jongen uit mijn oude woonplaats. Of jongen, een veertiger is het inmiddels, net als ikzelf.

    Een paar maanden geleden schreef ik een blog voor het Netwerk Vroege Psychose, over een werkbezoek aan Indonesië. Daarop kwam een reactie van een van de leden van dat netwerk. ‘Mooi project’ of iets van die strekking, met naam en foto. Bekende naam, bekend gezicht. Na even nadenken herken ik Johan, we zaten op dezelfde middelbare school. We groeiden op in een klein stadje in de Achterhoek, waar iedereen elkaar kende. We zijn even oud, Johan zat bij een paar vriendinnen van mij in de klas. En ineens zijn daar ook weer de herinneringen. Zestien waren we toen Johan ineens heel veel kilo’s afviel. “Johan denkt dat hij Jezus is”, zeiden mijn vriendinnen. “Hij komt niet meer naar school. Hij is teveel afgevallen en nu is hij in de war”. Labels gaven we niet, die kenden we toen nog niet. Het was hoe het was, en ach, mensen deden wel vaker raar. Pas veel later realiseerde ik me dat wat Johan toen meemaakte een psychose was, de aandoening waar ik me nu al jarenlang mee bezig houd.

    Ik klik op zijn naam onder mijn blog en zie dat hij ook blogs schrijft voor hetzelfde netwerk en dat hij als ervaringsdeskundige werkt bij GGNet. Via LinkedIn komen we aan de praat en Johan stuurt me zijn autobiografie die net verschenen is. Terwijl mijn gezin Ajax de halve finale van de Champions League ziet spelen, lees ik in één adem zijn boek uit. Herkenning, vervreemding en ontroering wisselen elkaar af. Ik weet over welk dorp dit gaat, herken ook sommige mensen. Ik voel weer hoe het daar was als puber in de jaren 90, het erbij willen horen, de juiste broek willen dragen, het beklemmende van een kleine woonplaats, de muziek, en ja, ook het jointje en het ‘brommers kieken’. Ook lees ik over zijn twee psychosen, aangrijpend, maar ook met veel humor en relativeringsvermogen beschreven. Ik lees over hoe hij zijn leven weer op de rails krijgt, verliefd wordt en nu samenwoont met zijn droomprins. Net voor Ajax in de laatste seconden het wedstrijdbeslissende doelpunt tegen krijgt, sla ik het boek dicht.

    Johan en ik besluiten samen een verhaal te gaan vertellen, hij vanuit zijn ervaring, ik vanuit mijn professionele kennis. In de eerste plaats willen we laten horen hoe willekeurig psychose is, dat het iedereen kan treffen en dat het op basis van je achtergrond niet te voorspellen is wie er psychotisch zal worden en wie niet. We spreken af met journalist Arend van Wijngaarden, een afspraak waarvoor ik vanmorgen de trein naar Zwolle nam. Ik ben te laat, zoals wel vaker, en de heren zitten al op me te wachten. Na 25 jaar herken ik Johan meteen. Hij ziet er goed uit. Dan volgt een mooi gesprek, over Johan’s leven, over risicofactoren voor psychose, over zingeving. Het resultaat van dit interview komt deze week in het Dagblad van het Noorden.

  • Kars Wuisman: Ik ben niet meer in herstel van een ziekteperiode!

    ProfielfotoDorothé van Slooten 26-02-2019 281 keer bekeken 0 reacties

    Gastblogger Kars Wuisman is ervaringsdeskundige bij Zuyderland GGZ te Sittard en is acht jaar na zijn laatste psychose hersteld.

    Acht jaar gelden heb ik mijn laatste psychose gehad. Sinds die tijd ben ik in herstel en heb de verschillende fases van herstel aan me voorbij zien gaan en doorleefd, tot vandaag. Het doorleven en zien zal niet stoppen maar vandaag heb ik een ontmoeting met mezelf. Een terugblik op het verleden. Ben ik nog steeds in herstel, vraag ik me af.

    Mijn psychose zien als ziekte waarvan ik moet herstellen, staat me steeds meer tegen. Wat gebeurde er eigenlijk tijdens mijn ontregelingen? Was ik wel zo ziek als men dacht? Tja kwetsbaar ben ik en blijf ik, maar ziek zijn, dat is toch eigenlijk niet goed verwoord.

    Bij mijn ontregelingen ging ik mijn eigen gedachtegangen zien als de waarheid, zelfs als deze buiten de ‘realiteit’ van het leven bestond. Ik ging met andere woorden een andere realiteit in, een nieuwe beleving. Hoe uniek is dat? Kennelijk is de waarheid een rekbaar begrip. Die waarheid was anders maar zeker niet ziek. Ik gedroeg me en dacht vreemd en kon niet aansluiten bij de rest van de maatschappij.

    Wat er gebeurde was dat mijn remming oploste en dat het filter over mijn psyche ophield te bestaan. Ongeremdheid zorgde ervoor dat ik losser in mezelf kwam te zitten waarbij de normen van de maatschappij die ik me had toegeëigend, vervlogen. Dit proces bracht me een stuk dichterbij bij wie ik in mijn gevoel was. Ik was onbevangen als een onbezorgd kind die een spannende ontdekking doet, namelijk nieuwsgierig zijn naar die nieuwe beleving.

    Het zonder filtersysteem stellen, maakte het me mogelijk buiten de box te denken. Ik creëerde een eigen belevingswereld die vanuit aardse elementen een nieuw verhaal werd. Wie was ik in dit nieuwe verhaal als nieuwgeborene? Wat doe je als je onbevangen bent en een andere wereld in stapt? Het werd een geestelijke reis met over het algemeen mooie belevingen. Ik ging op onderzoek uit en liet de wereld om me heen voor wat het was.

    Door mijn eigen bril kijkend leerde ik een deel van mezelf kennen, dat ik in ‘normale’ doen nooit over mezelf ontdekt zou kunnen hebben. Ik had complot, spirituele en kosmische belevingen waarin ik me staande moest houden. Ik interpreteerde de context om me heen door alles zelf in te vullen, waardoor een gevoel van telepathisch vermogen ontstond. Ik stond echt los van de wereld en verloor mijn oude ik.

    Mijn nieuwe ik onderging een metamorfose. Ik wilde niet meer onder het juk van de maatschappelijke normen verder leven. Zo ben ik de wereld anders gaan zien. Het nieuws kreeg een andere betekenis waarin ik de mens met zijn zogenaamde intelligentie als beesten ging zien. Omdat de sociale cohesie tussen de mensheid in mijn beleving uitgelicht werd, zag ik wat we werkelijk waren: beestachtig.

    Dit inzicht bracht me in een proces van acht jaar op mijn plek. Ook ik ben mens en het beestachtige zit ook in mij. Het maakte dat ik achteraan in de figuurlijke rij van het leven ben gaan staan en daar mezelf heb ontmoet. Mijn beestachtigheid wil ik onder ogen zien, maar niet de kans geven dat het zich uit.

    Door mijn beestachtigheid te zien kan ik andere keuzes maken. Ik leef nu een leven vanuit compassie voor mezelf en daarmee ook voor anderen. Mijn mooie eigenschappen kunnen daardoor naar boven komen zonder dat mijn beestachtigheid roet in het eten gooit. Juist mijn andere waarheid heeft me het cadeau gegeven ‘balans te vinden’ tussen waar het ontstaan van magie in het leven er kan zijn en waar magie omslaat in afbraak van hetgeen mooi is.

    Dit is een groot cadeau. Ik kan dat nu niet meer zien als een periode van ziekte, maar als een persoonlijke reis die in samenspel met mijn omgeving een veilige haven heeft gevonden, zoals je ook samen een onbevangen kind veilig in de maatschappij laat landen. Nee ik ben niet meer in herstel van een ziekteperiode. Ik ben gegroeid. Gegroeid tot een tevreden mens.

  • Marieke Pijnenborg: Javaanse meisjes

    ProfielfotoDorothé van Slooten 12-02-2019 660 keer bekeken 1 reacties

    Na een paar dagen op het prachtige Bali, landen Nynke Boonstra en ik op het vliegveld van Yogjakarta, waar we worden opgehaald door medereiziger Theo Bouman. Aangepast aan de plaatselijke gebruiken dragen we bedekkende kleding, we hebben voor de gelegenheid zelfs een legging aangeschaft. Zijn we er klaar voor? In mijn tas de laptop met daarop de lezing en de workshop die we gaan geven, een IPhone met Ruma Saja van Doe Maar bovenaan de Spotify playlist en boeken van Adriaan van Dis en Hella Haasse op mijn e-reader. Verder dringt zich nog een vage herinnering op  aan een verfrommeld pakje zware van Javaanse jongens in de achterzak van een Levi’s 501, ergens lang geleden, in een ander leven. Aan de voorbereidingen zal het niet liggen.

    We zijn geen moderne missionarissen, die het woord van de Europese geestelijke gezondheidszorg met zijn biomedische verklaringsmodellen komen verkondigen. We komen leren, uitwisselen, praten en vooral ook luisteren, zo hebben we afgesproken op een koude middag in het Noorderplantsoen in Groningen. Hier op Java voel ik pas echt wat dat betekent. De uitwisseling van ideeën met collega’s aan de andere kant van de wereld maakt me nederig en ook wel beschaamd, bewust van onze neiging ons eigen perspectief als uitgangspunt te nemen en  de rest van de wereld daaraan te toetsen.

    We praten veel over onze visies op psychosezorg, waardoor we meer gaan begrijpen van de belangrijke rol van de imam in de geestelijke gezondheidszorg op het overwegend  islamitische Java. In Nederland wordt het eerst consulteren van een geestelijke nogal eens gezien als een onnodig uitstel van behandeling bij de GGZ. Hier niet, de gesprekken met de imam geven tijd voor reflectie en ondersteunen bij het kiezen van de juiste zorg vaak vorm in samenspraak met de imam, waarbij schizofrenie en bezetenheid door geesten dan gelijktijdig wordt behandeld. In de visie van een collega die ik daar sprak is er bij sommige mensen sprake van een psychotische stoornis, bij anderen sprake van bezetenheid door geesten, maar kan ook een combinatie van beide voorkomen. Ook spreken we over passung, het ketenen van mensen met psychisch klachten, vaak in de woning of tuin van hun familie. Een manier van handelen die ons vervult met onbegrip en afschuw. Onze Indonesische collega’s zijn net als wij zeer negatief over deze praktijken, maar leggen uit dat families dit vanuit onwetendheid en bescherming doen. Ze zijn bijvoorbeeld bang dat hun familielid op straat in de problemen zal raken, of nog meer in de ban van kwade geesten zal raken. De anti-passung beweging is zeer actief bezig met het geven van voorlichting en het bevrijden van mensen uit hun ketenen. Overigens kijken onze Indonesische collega’s ons met minstens zoveel verbazing aan als wij hen vertellen over de discussies over euthanasie bij psychisch lijden, die in ons land gevoerd wordt.

    De uitwisselingen gaan vaak over ons werk, maar onvermijdelijk worden ook andere onderwerpen aangesneden. We voelen sterk de vele rollen die van betekenis zijn in deze ontmoetingen: we zijn Nederlander (Orang Bellanda of Boelé , zoals de Nederlanders ook wel worden genoemd) , wetenschapper, psycholoog, vrouw, moeder. Soms voelen we ook de ambivalentie die deze combinatie van rollen oproept bij onze gesprekspartners. Veel praten we over de koloniale tijd en de sporen die de Nederlanders overal op Java zichtbaar maar vooral ook onzichtbaar achter hebben gelaten. Ook de positie van de vrouw blijft niet onbesproken. Uit een onderzoek dat op Java gedaan is onder familieleden van patiënten naar het verklaren van psychische klachten door familieleden, komen huwelijksproblemen als belangrijkste oorzaak naar voren. Dit hangt samen met de ondergeschikte positie die de vrouw nog steeds heeft op Java, terwijl vrouwen steeds mondiger en beter opgeleid zijn. Naast hun werk zijn ze niet zelden volledig alleen verantwoordelijk voor zorg en huishouding. Dit leidt dan vaak tot spanningen en psychische problemen. Andere voor ons opvallende oorzaken van psychisch lijden is het natuurgeweld waarmee Indonesië te kampen heeft; de aardbevingen en tsunami’s en de strubbelingen tussen verschillende etnische groepen.

    Een van de belangrijkste doelen van ons bezoek aan Java was het trainen van zestig psychologen in cognitieve gedragstherapie bij psychosen aan de Gadjah Mada universiteit, vaak hoofd van een team of afdeling, werkend met mensen met een psychotische stoornis. Trainen van deze vooraanstaande collega’s betekent dus ook hopelijk disseminatie van wat we tijdens de workshop over willen brengen. Twee dagen lang werken we ons met zijn allen letterlijk het zweet op de rug. Onze uitleg wordt ter plekke vertaald in het Bahasa Indonesia. We maken samen met de cursisten casusconceptualisaties, zoeken naar kerncognities, oefenen de socratische dialoog, en beantwoorden de vele vragen die ze aan ons hebben. Op verzoek van de deelnemers met veelvuldige rollenspellen.

    Na twee dagen training zijn we moe van alle indrukken, het zwembad bij het hotel lonkt. Maar we zijn er nog niet. Wederom wordt ons een microfoon in handen gegeven, met het verzoek om een closing ceremony en diploma-uitreiking te verzorgen. Dat komt nogal onverwacht. Met een snelle blik van verstandhouding, gevolgd door een vette  knipoog, schudden we onze net verworven nederigheid af en zetten we de ons vertrouwde Hollandse bravoure modus weer aan: dit fixen we! Improviserend, complimenterend maar vooral ook poserend (na elk uitgereikt diploma volgt een fotomomentje) slaan we ons door de volgende 1,5 uur heen. En dan eindelijk tijd voor het zwembad, waar we de hele week al verlekkerd naar kijken.

    De week die we op Java doorbrachten was overweldigend. We hebben hard gewerkt, rondgereisd, zorgcentra bezocht, nagedacht, Bintang gedronken en weinig geslapen. Inmiddels zijn we alweer weken terug in Nederland, waar we hard bezig zijn alle plannen die we maakten om te zetten in een duurzame samenwerking op het gebied onderzoek naar de behandeling van psychotische stoornissen. We hebben daar veel zin in, to be continued!

    Wil je ook het blog van Nynke Boonstra over het bezoek aan Bali lezen? Klik dan hier.

  • Cris Bergmans: Naasten hebben rol in een IPS-traject!

    Joyce Huls 30-10-2018 314 keer bekeken 1 reacties

    Gastblogger Cris Bergmans is stafmedewerker Individuele Plaatsing en Steun (IPS) bij kenniscentrum Phrenos.

    Binnen steeds meer GGZ-instellingen zie ik betrokkenheid van ouders/verwanten rond het thema ‘betaald werk en opleiding’. Ik krijg regelmatig vragen hierover, zoals deze:

     Aangezien ik nu al een hele tijd de zorg voor onze zoon met psychotische momenten heb en hij heel graag weer wil werken maar steeds weer vastloopt, zou ik graag contact willen opnemen. Ik hoop van harte dat het zal leiden tot nieuwe inzichten die hem verder kunnen helpen. Het lijkt wel of er geen plek voor hem is op deze wereld. Dat doet pijn!

    Deze vraag geeft het grote belang van (betaald) werk en/of andere (dag)activiteiten aan en de pijn als het (herhaaldelijk) niet lukt om dit duurzaam voor elkaar te krijgen. Pijn bij zowel de ouders als de cliënt zelf. Door informatie te geven over de mogelijkheden van IPS en te verwijzen naar waar dit wordt aangeboden, probeer ik vanuit Phrenos mensen op het juiste spoor te zetten. Helaas moet ik soms constateren dat IPS nog niet overal wordt aangeboden.

    De vragen hebben vaak te maken met juiste ondersteuning naar betaald werk. IPS is dan misschien bijna overal geïmplementeerd bij GGZ-instellingen, maar het is nog lang niet voor iedereen beschikbaar. Ook de informatie over de wijze waarop ondersteund kan worden ontbreekt soms. Andere vragen gaan bijvoorbeeld over het risico op terugval bij een afgebroken proefplaatsing. Een moeder vertelde dat hoewel haar zoon goed ondersteund was door een IPS-trajectbegeleider en inmiddels weer een nieuwe baan had gevonden, het verliezen van een baan toch veel impact op haar zoon heeft gehad. Ze zou graag een stabiele baan voor langere tijd voor haar zoon zien, waarin hij zich goed zou kunnen ontwikkelen. Helaas is dit niet altijd de uitkomst van een IPS traject.

    Ik denk dat het een goede ontwikkeling is dat het netwerk van mensen met een psychotische kwetsbaarheid betrokken wordt bij het IPS-traject. Niet alleen hebben veel naasten zorgen en vragen over het traject, ook kunnen zij behulpzaam zijn bij het behoud van werk of opleiding. Gelukkig is deze benadering steeds meer de wijze waarop VIP-teams werken, maar het kan natuurlijk altijd nòg beter. De vraag is hoe de optimale samenwerking er uit kan zien.

    Vanuit IPS is het van belang dat er een goed contact is met het netwerk van de werkzoekende. Het programma voorziet erin dat er meerdere huisbezoeken plaatsvinden, ook met andere medewerkers van het behandelteam. Daarnaast kunnen bijeenkomsten voor werkzoekende cliënten over de mogelijkheden van IPS een grote rol spelen. Hierin wordt men geïnformeerd over de mogelijkheden van IPS en de betekenis die dit heeft voor mensen met psychotische episodes en hun netwerk. Ook kan het helpen als ouders betrokken zijn bij gesprekken en evaluaties rond de ondersteuning, zodat ze goed op de hoogte zijn. Mits de persoon en de naaste dit beide willen.

    Ik denk dat er vanuit GGZ-instellingen (nog) meer aandacht kan zijn voor dit thema, bijvoorbeeld door het vaker te bespreken met een familie- of verwantenraad. Er zijn GGZ-instellingen die bijeenkomsten organiseren voor naasten. Behalve informatievoorziening over vormen van ondersteuning, is daar ook aandacht voor de vraag of naasten in hun eigen netwerk werkgevers kennen die iemand in dienst zouden willen nemen. Als dat kan leiden tot een mooi nieuw netwerk en nieuwe banen, dan is dat een fantastisch resultaat dat samenwerking tussen IPS-programma’s en netwerk kan opleveren!

  • Kristien Harmsen: Een klein beetje mindful

    Joyce Huls 11-09-2018 309 keer bekeken 0 reacties

    ‘Een mindfulnesstraining lijkt me een goed idee’, zei de huisarts in opleiding tegen me. Mijn klachten over de chaos in mijn hoofd en de stress die dat opleverde, zouden daarmee grotendeels verdwijnen. We zochten een training in de buurt, en vonden een trainster die ervaringsdeskundig was – een positief punt – en die snel zou starten met een kleine groep.

    Veel oefenen

    Bij de intake vertelde M. me dat ik veel moest oefenen. Nieuwe groeven in mijn hersenen maken, waarlangs het verkeer van mijn chaotische gedachten geregeld zou gaan worden. Met vallen en opstaan zou ik het leren.

    De opbouw van de training was heel rustig. Een paar keer per week een bodyscan, een kwartiertje mediteren, een ademruimte tussendoor, een mindfulle yogales en na een paar weken zat ik iedere ochtend op zolder naar opnames van mijn mindfulnessjuf te luisteren. Helemaal verslingerd aan de stem van M.! Luisteren naar geluiden, benoemen van gedachten en de pijntjes in mijn lijf voelen. Niet streven, je niet mee laten slepen, gevoelens accepteren, ernaar kijken en terug naar je ademhaling, het eeuwige anker. Als ik het zo opschrijf, lijkt het zo eenvoudig, maar dat is het helemaal niet!

    Oefening baart kunst

    Dat zeggen ze ja: “Oefening baart kunst”. Maar dat wekenlang dagelijks oefenen, heeft mij de kunst nog niet opgeleverd. Ja, in het begin had ik het gevoel dat het me rust gaf. Ik kon weer met mijn stijve benen in kleermakerszit zitten, had inderdaad een beetje rust in mijn hoofd en deed meer het ene na het andere, in plaats van alles door elkaar.

    Dat is al heel wat. Maar ik ben er nog lang niet. Accepteren, me niet ergeren, geduld hebben, me niet van mijn stuk laten brengen door negatieve gedachten, me niet laten afleiden, me niet laten meeslepen, poeh...

    Moeilijk

    Dit doet me denken aan een Koerdische vrouw, Chatoon, die ik geruime tijd Nederlandse les heb gegeven. Toen ik haar net ontmoette kende zij een paar woorden, waaronder het woord moeilijk. Dat kon ze heel goed zeggen. We gingen samen aan de slag, en zij bleef maar oefenen, oefenen en oefenen. Ook al zat alles tegen en had ze verder niemand om Nederlands tegen te praten. Ze leerde het ene woord na het andere en na enige tijd konden we echt iets tegen elkaar zeggen. Geweldig! Ik was apetrots op haar.

    Ik denk dat dit de enige weg is, als je echt iets wilt leren, het je echt eigen wilt maken. Steeds weer je oefeningen doen en blij zijn met iedere kleine vordering die je maakt. Dat is dan ook wat ik me voorgenomen heb: blijven oefenen, en oefenen en oefenen...

  • Ilanit Hasson-Ohayon: Glad to work on the first NECT trial in the Netherlands

    Joyce Huls 29-08-2018 279 keer bekeken 0 reacties

    Ilanit Hasson-Ohayon is Associate Professor and co-director of community clinic at the Department of Psychology of the Bar-Ilan University in Israel. She did a lot of research into psychiatric rehabilitation, on themes as coping with mental illnesses, insight, meta-cognition, self-stigma. She also worked on the evaluation of psycho-social interventions and psychotherapy in psychiatric rehabilitation.

    In the last year me and my family had the great opportunity to live in the Netherlands, spending my academic sabbatical in Groningen university and living in Amsterdam. We had a wonderful time living in Amsterdam which has a large expat community and few international schools. We enjoyed the life style of biking and even got used to biking when it is freezing outside. I had the privilege of working with professionals in Groningen, Amsterdam and Utrecht and to learn about mutual academic and clinical interests. Notably, the topic of fighting stigma is beyond countries and it is exciting to see efforts being taken to reduce stigma in different places in the world. 

    One of the projects I was working on during my stay in the Netherlands involved the implementation and examination of the Narrative Enhancement and Cognitive Therapy (NECT) for the reduction of self-stigma. This intervention was developed by Phil Yanos from New-York, David Roe from Israel and Paul Lysaker from Indiana, and was implemented and examined in different countries in the States and in Europe. As self-stigma is one of the major sources of distress for persons with mental illness, reducing it is an important challenge. I took part in some NECT projects in Israel as a facilitator, trainer and researcher and was very enthusiastic to do the same in the Netherlands.

    The NECT is a weekly group intervention that last approximately 24 sessions. It is usually facelifted by two professionals and includes various therapeutic interventions (e.g. CBT, narrative) that aim to increase a positive sense of identity which is not stigmatized.

    Working together with Jaap van Weeghel and his colleagues, we established a group of professionals who are interested in the intervention and started to prepare the condition for the first NECT trial in the Netherlands. Currently there are eight organizations that like to participate and we hope that each will establish a group of at least 10 participants. We will use appropriate scales to assess the effectiveness of the intervention and we welcome students who like to take part in the research aspects of the project. I am looking forward to continue working on this together with Jaap and his colleagues after going back to Israel.

  • Eva Tolmeijer en Kim Helmus: vechten tegen vervelende gedachten en gevoelens helpt niet

    Joyce Huls 18-07-2018 957 keer bekeken 0 reacties

    Eva Tolmeijer is stagiaire masteropleiding psychologie in het Amsterdam UMC. Kim Helmus is gz-psycholoog in het Amsterdam UMC en bij het VIP team Mentrum.

    De deur van de team-'vergaderruimte' staat open wanneer Eva en Kim, met rode wangen van de fietstocht van het AMC naar het VIP, het VIP-gebouw vlakbij het Amstelhotel binnenlopen. Ze begeleidden de afgelopen weken The Young Ones groep, samen met twee collega's. In dit blog beschrijven ze wat er zoal besproken en behandeld werd. 

    Binnen speelt een rustig muziekje en er staat een grote tafel met koffie, thee, koekjes en katjang pedis pinda's, waar iedereen langzaam bij aanschuift. Er worden gelijk grapjes gemaakt over de katjang pedis: want hoe spreek je dat eigenlijk uit? En waarom staan deze pinda's hier op tafel bij de koffie? Als iedereen binnen is worden de mensen welkom geheten bij The Young Ones. Er hangt een gezonde spanning, passend bij een eerste kennismaking en het begin van een nieuwe ervaring.

    Tijdens de eerste sessie deelt iedereen de eigen valkuilen/kwetsbaarheden en de dingen die ze leuk vinden of die ze goed afgaan. Ook de vier  trainers delen hun valkuilen, wat direct een sterk verbindend en normaliserend effect heeft. Opvallend is de aandacht voor het creëren van een gevoel van openheid en vertrouwen door middel van het delen van persoonlijke ervaringen. Die fijne vibe onstaat doordat de deelnemers voor de sessies de heerlijkste gerechten koken. Door de app-groep die voor elke Young Ones groep wordt aangemaakt en die vaak nog aan wordt gehouden na de laatste sessie. Door de hechte vriendschappen die elke ronde weer ontstaan. Maar die vibe ontstaat ook doordat er momenten zijn waarin gelachen en gehuild kan worden. Iedereen kent het: emoties, vervelende gedachten en fysieke sensaties die je op een moment of voor een langere tijd helemaal uit het veld kunnen slaan. Ervaring leert dat vechten tegen deze gedachten en gevoelens niet helpt. In tegendeel, ze verergeren en worden vaak vergroot.

    De deelnemers van The Young Ones kennen de strijd met angstige, paniekerige of donkere gedachten, emoties en fysieke sensaties heel goed. Ze hebben psychose, depressie of angstige periodes doorgemaakt en ervaren zoals iedereen momenten waarin vervelende gedachten en gevoelens de boventoon voeren. Tijdens The Young Ones sessie wordt uitgelegd dat deze vervelende gedachten geproduceerd worden door 'ons denken', oftwel: onze 'Mind'. De ene Mind zegt regelmatig ‘Ik bent niet goed genoeg’, de andere ‘Anderen vinden mij raar’ of ‘Het komt nooit meer goed’. De inhoud van de Mind mag dan soms verschillen, maar de emoties en fysieke sensaties die de Mind teweeg brengt zijn voor iedereen herkenbaar. Het doel van The Young Ones is niet om deze gedachten en gevoelens weg te nemen of om ze te veranderen maar om te leren niet meer tegen ze te vechten en flexibeler met ze om te gaan. Om deze psychologische flexibiliteit te bereiken leren de deelnemers zes verschillende tools die ze op elk moment kunnen inzetten. Het oefenen met de tools is de kern van de sessies en regelmatig komen er filmpjes langs die de tools en uitleg visueel maken.

    Alle emoties hebben van oorsprong vaak een evolutionaire functie: ze horen bij het leven en mogen er zijn. Een belangrijke 'tool' is daarom acceptatie; het er laten zijn van vervelende gedachten, gevoelens en omstandigheden. Neem bijvoorbeeld angst, als we nergens bang voor waren zouden we in gevaarlijke situaties terecht komen en waarschijnlijk niet oud worden. Naast verschillende emoties hebben we ongeveer 3000 gedachten per uur. Defusie is een tool om van een afstandje te leren kijken naar de vervelende gedachten. Als de Mind zegt ‘Het komt nooit meer goed’ of ‘Anderen vinden mij raar’ kan je defusie toepassen: je observeert deze gedachten en erkent ze als gedachten, in plaats van als waarheid. Daardoor raken ze je minder. ‘Zelf-als-context’ is een tool die hier ook aan bijdraagt, door bewustwording te creëren over hoe ons zelfbeeld is opgebouwd: uit gedachten. Als we denken ‘Ik ben raar’ dan helpt de tool zelf-als-context om ook deze gedachte met afstand te bekijken. We zijn namelijk niet de inhoud van onze gedachten, maar de 'observeerder' van gedachten die allemaal komen en gaan.

    Er is behalve aandacht voor emoties en gedachten ook aandacht voor levensvragen. In de huidige maatschappij gaat het vaak over doelen en hoe we die doelen moeten bereiken. In The Young Ones wordt de aandacht verlegt van doelen naar waarden. Je bewust zijn van je waarden is een tool die je helpt stil te staan bij de vraag: ‘Wat vind ik nou eigenlijk echt belangrijk in mijn leven?’. Toegewijd handelen sluit hierop aan. Het is een tool die je helpt dingen te ondernemen op basis van je waarden. Misschien werk jij al lang aan het doel om die ene baan te krijgen, en heb je daardoor minder aandacht gegeven aan je waarden vriendschap en creativiteit. Door toegewijd te handelen maak je weer tijd voor die vriendin of tekencursus.  Dat helpt je bewuster te worden op de weg die je loopt en minder gefocust te zijn op het eindpunt. 

    Gerelateerd aan het loskomen van doelen is er aandacht voor het leven in het hier en nu. Als de Mind weer op de fiets roept ‘Ik moet nog...’, raak je in gedachten ver verwijderd van de omgeving waarin je fietst. Mindfulness is een tool die je helpt om terug te keren naar het hier en nu door middel van zintuiglijke vragen: Wat zie ik eigenlijk? Wat voel ik eigenlijk? Opeens realiseer je je dat je fietst langs een strook gras vol knoppen van de eerste lentebloemen en dat de wind door je haren waait.

    En dat woordje ‘moeten’, wordt flink aangepakt bij The Young Ones. Tegenwoordig ‘moet’ ik geen boodschappen meer doen maar ‘ga’ ik boodschappen doen. Wat tot ieders verbazing een heel ander gevoel geeft!

    Wil je weten hoe flexibel jij in het leven staat? Doe de gratis zelftest.

    Meer weten over VIP Mentrum en The Young Ones, klik hier.

  • Catherine van Zelst: Zelfstigma, je kunt er iets aan doen!

    ProfielfotoDorothé van Slooten 19-12-2017 427 keer bekeken 0 reacties

    Catherine van Zelst is gepromoveerd op weerbaarheid tegen stigma. Ze werkt als onderzoeker en trainer van geestelijke gezondheid-EHBO (MHFA) bij Mondriaan. Ook werkt ze bij het User Research Centre aan de Universiteit van Maastricht, waar ze naar integratie van haar ervaringsdeskundigheid in onderzoek streeft.

    Opeens veranderde je blik. Je zag wat we bedoelden. “Zelfstigma, dat herken ik wel, daar heb ik ook last van”. Je vertelde dat je jezelf ook naar beneden haalde. Dat het dus niet alleen ging om de veranderde, negatieve reacties van de omgeving, die we stigma noemden. Dat dit zelfstigma je ervan weerhield om ook maar iets te doen. Dat, èn de angst dat er iets mis zou gaan als je iets zou ondernemen. Je was eraan gewend geraakt om thuis te blijven.

    Een psychose brengt veel met zich mee. Het beeld dat je van jezelf hebt kan veranderen. Je probeert te accepteren wat je overkomen is, maar dat is niet zo gemakkelijk. Misschien is het eng dat zoiets je zomaar kan overkomen, of dat je toekomst opeens onzeker lijkt.

    Laat je niet weerhouden door negatieve reacties van anderen of door wat ze lijken te vinden. Stigma is een groot probleem waar iedereen met psychische klachten mee te maken kan krijgen. Probeer jezelf niet (onbewust) tegen te houden en jezelf naar beneden te halen om je diagnose en wat anderen daarvan vinden. Als je je bewust wordt van zelfstigma, het leert herkennen, dan kun je er wat aan doen.

    Daar kun je vanuit je eigen omgeving al mee beginnen. Een uitlaatklep kan al echt helpen. Voor de één is dat muziek (luisteren, maken), voor de ander schrijven (gedichten, je eigen ervaringsverhaal, of andere verhalen), sporten of wandelen, tekenen of schilderen, praten. Het kan helpen je gedachten te ordenen, negatieve ervaringen los te laten, als je wilt het gesprek aan te gaan over stigma met anderen.

    Je koos moedig voor het laatste en ik ben blij voor je. Want ook ik kon niet voorspellen of ze zou luisteren. Maar dat deed ze!!