Gast bloggers

  • Cris Bergmans: Naasten hebben rol in een IPS-traject!

    Gastblogger Cris Bergmans is stafmedewerker Individuele Plaatsing en Steun (IPS) bij kenniscentrum Phrenos.

    Binnen steeds meer GGZ-instellingen zie ik betrokkenheid van ouders/verwanten rond het thema ‘betaald werk en opleiding’. Ik krijg regelmatig vragen hierover, zoals deze:

     Aangezien ik nu al een hele tijd de zorg voor onze zoon met psychotische momenten heb en hij heel graag weer wil werken maar steeds weer vastloopt, zou ik graag contact willen opnemen. Ik hoop van harte dat het zal leiden tot nieuwe inzichten die hem verder kunnen helpen. Het lijkt wel of er geen plek voor hem is op deze wereld. Dat doet pijn!

    Deze vraag geeft het grote belang van (betaald) werk en/of andere (dag)activiteiten aan en de pijn als het (herhaaldelijk) niet lukt om dit duurzaam voor elkaar te krijgen. Pijn bij zowel de ouders als de cliënt zelf. Door informatie te geven over de mogelijkheden van IPS en te verwijzen naar waar dit wordt aangeboden, probeer ik vanuit Phrenos mensen op het juiste spoor te zetten. Helaas moet ik soms constateren dat IPS nog niet overal wordt aangeboden.

    De vragen hebben vaak te maken met juiste ondersteuning naar betaald werk. IPS is dan misschien bijna overal geïmplementeerd bij GGZ-instellingen, maar het is nog lang niet voor iedereen beschikbaar. Ook de informatie over de wijze waarop ondersteund kan worden ontbreekt soms. Andere vragen gaan bijvoorbeeld over het risico op terugval bij een afgebroken proefplaatsing. Een moeder vertelde dat hoewel haar zoon goed ondersteund was door een IPS-trajectbegeleider en inmiddels weer een nieuwe baan had gevonden, het verliezen van een baan toch veel impact op haar zoon heeft gehad. Ze zou graag een stabiele baan voor langere tijd voor haar zoon zien, waarin hij zich goed zou kunnen ontwikkelen. Helaas is dit niet altijd de uitkomst van een IPS traject.

    Ik denk dat het een goede ontwikkeling is dat het netwerk van mensen met een psychotische kwetsbaarheid betrokken wordt bij het IPS-traject. Niet alleen hebben veel naasten zorgen en vragen over het traject, ook kunnen zij behulpzaam zijn bij het behoud van werk of opleiding. Gelukkig is deze benadering steeds meer de wijze waarop VIP-teams werken, maar het kan natuurlijk altijd nòg beter. De vraag is hoe de optimale samenwerking er uit kan zien.

    Vanuit IPS is het van belang dat er een goed contact is met het netwerk van de werkzoekende. Het programma voorziet erin dat er meerdere huisbezoeken plaatsvinden, ook met andere medewerkers van het behandelteam. Daarnaast kunnen bijeenkomsten voor werkzoekende cliënten over de mogelijkheden van IPS een grote rol spelen. Hierin wordt men geïnformeerd over de mogelijkheden van IPS en de betekenis die dit heeft voor mensen met psychotische episodes en hun netwerk. Ook kan het helpen als ouders betrokken zijn bij gesprekken en evaluaties rond de ondersteuning, zodat ze goed op de hoogte zijn. Mits de persoon en de naaste dit beide willen.

    Ik denk dat er vanuit GGZ-instellingen (nog) meer aandacht kan zijn voor dit thema, bijvoorbeeld door het vaker te bespreken met een familie- of verwantenraad. Er zijn GGZ-instellingen die bijeenkomsten organiseren voor naasten. Behalve informatievoorziening over vormen van ondersteuning, is daar ook aandacht voor de vraag of naasten in hun eigen netwerk werkgevers kennen die iemand in dienst zouden willen nemen. Als dat kan leiden tot een mooi nieuw netwerk en nieuwe banen, dan is dat een fantastisch resultaat dat samenwerking tussen IPS-programma’s en netwerk kan opleveren!

  • Kristien Harmsen: Een klein beetje mindful

    ‘Een mindfulnesstraining lijkt me een goed idee’, zei de huisarts in opleiding tegen me. Mijn klachten over de chaos in mijn hoofd en de stress die dat opleverde, zouden daarmee grotendeels verdwijnen. We zochten een training in de buurt, en vonden een trainster die ervaringsdeskundig was – een positief punt – en die snel zou starten met een kleine groep.

    Veel oefenen

    Bij de intake vertelde M. me dat ik veel moest oefenen. Nieuwe groeven in mijn hersenen maken, waarlangs het verkeer van mijn chaotische gedachten geregeld zou gaan worden. Met vallen en opstaan zou ik het leren.

    De opbouw van de training was heel rustig. Een paar keer per week een bodyscan, een kwartiertje mediteren, een ademruimte tussendoor, een mindfulle yogales en na een paar weken zat ik iedere ochtend op zolder naar opnames van mijn mindfulnessjuf te luisteren. Helemaal verslingerd aan de stem van M.! Luisteren naar geluiden, benoemen van gedachten en de pijntjes in mijn lijf voelen. Niet streven, je niet mee laten slepen, gevoelens accepteren, ernaar kijken en terug naar je ademhaling, het eeuwige anker. Als ik het zo opschrijf, lijkt het zo eenvoudig, maar dat is het helemaal niet!

    Oefening baart kunst

    Dat zeggen ze ja: “Oefening baart kunst”. Maar dat wekenlang dagelijks oefenen, heeft mij de kunst nog niet opgeleverd. Ja, in het begin had ik het gevoel dat het me rust gaf. Ik kon weer met mijn stijve benen in kleermakerszit zitten, had inderdaad een beetje rust in mijn hoofd en deed meer het ene na het andere, in plaats van alles door elkaar.

    Dat is al heel wat. Maar ik ben er nog lang niet. Accepteren, me niet ergeren, geduld hebben, me niet van mijn stuk laten brengen door negatieve gedachten, me niet laten afleiden, me niet laten meeslepen, poeh...

    Moeilijk

    Dit doet me denken aan een Koerdische vrouw, Chatoon, die ik geruime tijd Nederlandse les heb gegeven. Toen ik haar net ontmoette kende zij een paar woorden, waaronder het woord moeilijk. Dat kon ze heel goed zeggen. We gingen samen aan de slag, en zij bleef maar oefenen, oefenen en oefenen. Ook al zat alles tegen en had ze verder niemand om Nederlands tegen te praten. Ze leerde het ene woord na het andere en na enige tijd konden we echt iets tegen elkaar zeggen. Geweldig! Ik was apetrots op haar.

    Ik denk dat dit de enige weg is, als je echt iets wilt leren, het je echt eigen wilt maken. Steeds weer je oefeningen doen en blij zijn met iedere kleine vordering die je maakt. Dat is dan ook wat ik me voorgenomen heb: blijven oefenen, en oefenen en oefenen...

  • Ilanit Hasson-Ohayon: Glad to work on the first NECT trial in the Netherlands

    Ilanit Hasson-Ohayon is Associate Professor and co-director of community clinic at the Department of Psychology of the Bar-Ilan University in Israel. She did a lot of research into psychiatric rehabilitation, on themes as coping with mental illnesses, insight, meta-cognition, self-stigma. She also worked on the evaluation of psycho-social interventions and psychotherapy in psychiatric rehabilitation.

    In the last year me and my family had the great opportunity to live in the Netherlands, spending my academic sabbatical in Groningen university and living in Amsterdam. We had a wonderful time living in Amsterdam which has a large expat community and few international schools. We enjoyed the life style of biking and even got used to biking when it is freezing outside. I had the privilege of working with professionals in Groningen, Amsterdam and Utrecht and to learn about mutual academic and clinical interests. Notably, the topic of fighting stigma is beyond countries and it is exciting to see efforts being taken to reduce stigma in different places in the world. 

    One of the projects I was working on during my stay in the Netherlands involved the implementation and examination of the Narrative Enhancement and Cognitive Therapy (NECT) for the reduction of self-stigma. This intervention was developed by Phil Yanos from New-York, David Roe from Israel and Paul Lysaker from Indiana, and was implemented and examined in different countries in the States and in Europe. As self-stigma is one of the major sources of distress for persons with mental illness, reducing it is an important challenge. I took part in some NECT projects in Israel as a facilitator, trainer and researcher and was very enthusiastic to do the same in the Netherlands.

    The NECT is a weekly group intervention that last approximately 24 sessions. It is usually facelifted by two professionals and includes various therapeutic interventions (e.g. CBT, narrative) that aim to increase a positive sense of identity which is not stigmatized.

    Working together with Jaap van Weeghel and his colleagues, we established a group of professionals who are interested in the intervention and started to prepare the condition for the first NECT trial in the Netherlands. Currently there are eight organizations that like to participate and we hope that each will establish a group of at least 10 participants. We will use appropriate scales to assess the effectiveness of the intervention and we welcome students who like to take part in the research aspects of the project. I am looking forward to continue working on this together with Jaap and his colleagues after going back to Israel.

  • Eva Tolmeijer en Kim Helmus: vechten tegen vervelende gedachten en gevoelens helpt niet

    Eva Tolmeijer is stagiaire masteropleiding psychologie in het Amsterdam UMC. Kim Helmus is gz-psycholoog in het Amsterdam UMC en bij het VIP team Mentrum.

    De deur van de team-'vergaderruimte' staat open wanneer Eva en Kim, met rode wangen van de fietstocht van het AMC naar het VIP, het VIP-gebouw vlakbij het Amstelhotel binnenlopen. Ze begeleidden de afgelopen weken The Young Ones groep, samen met twee collega's. In dit blog beschrijven ze wat er zoal besproken en behandeld werd. 

    Binnen speelt een rustig muziekje en er staat een grote tafel met koffie, thee, koekjes en katjang pedis pinda's, waar iedereen langzaam bij aanschuift. Er worden gelijk grapjes gemaakt over de katjang pedis: want hoe spreek je dat eigenlijk uit? En waarom staan deze pinda's hier op tafel bij de koffie? Als iedereen binnen is worden de mensen welkom geheten bij The Young Ones. Er hangt een gezonde spanning, passend bij een eerste kennismaking en het begin van een nieuwe ervaring.

    Tijdens de eerste sessie deelt iedereen de eigen valkuilen/kwetsbaarheden en de dingen die ze leuk vinden of die ze goed afgaan. Ook de vier  trainers delen hun valkuilen, wat direct een sterk verbindend en normaliserend effect heeft. Opvallend is de aandacht voor het creëren van een gevoel van openheid en vertrouwen door middel van het delen van persoonlijke ervaringen. Die fijne vibe onstaat doordat de deelnemers voor de sessies de heerlijkste gerechten koken. Door de app-groep die voor elke Young Ones groep wordt aangemaakt en die vaak nog aan wordt gehouden na de laatste sessie. Door de hechte vriendschappen die elke ronde weer ontstaan. Maar die vibe ontstaat ook doordat er momenten zijn waarin gelachen en gehuild kan worden. Iedereen kent het: emoties, vervelende gedachten en fysieke sensaties die je op een moment of voor een langere tijd helemaal uit het veld kunnen slaan. Ervaring leert dat vechten tegen deze gedachten en gevoelens niet helpt. In tegendeel, ze verergeren en worden vaak vergroot.

    De deelnemers van The Young Ones kennen de strijd met angstige, paniekerige of donkere gedachten, emoties en fysieke sensaties heel goed. Ze hebben psychose, depressie of angstige periodes doorgemaakt en ervaren zoals iedereen momenten waarin vervelende gedachten en gevoelens de boventoon voeren. Tijdens The Young Ones sessie wordt uitgelegd dat deze vervelende gedachten geproduceerd worden door 'ons denken', oftwel: onze 'Mind'. De ene Mind zegt regelmatig ‘Ik bent niet goed genoeg’, de andere ‘Anderen vinden mij raar’ of ‘Het komt nooit meer goed’. De inhoud van de Mind mag dan soms verschillen, maar de emoties en fysieke sensaties die de Mind teweeg brengt zijn voor iedereen herkenbaar. Het doel van The Young Ones is niet om deze gedachten en gevoelens weg te nemen of om ze te veranderen maar om te leren niet meer tegen ze te vechten en flexibeler met ze om te gaan. Om deze psychologische flexibiliteit te bereiken leren de deelnemers zes verschillende tools die ze op elk moment kunnen inzetten. Het oefenen met de tools is de kern van de sessies en regelmatig komen er filmpjes langs die de tools en uitleg visueel maken.

    Alle emoties hebben van oorsprong vaak een evolutionaire functie: ze horen bij het leven en mogen er zijn. Een belangrijke 'tool' is daarom acceptatie; het er laten zijn van vervelende gedachten, gevoelens en omstandigheden. Neem bijvoorbeeld angst, als we nergens bang voor waren zouden we in gevaarlijke situaties terecht komen en waarschijnlijk niet oud worden. Naast verschillende emoties hebben we ongeveer 3000 gedachten per uur. Defusie is een tool om van een afstandje te leren kijken naar de vervelende gedachten. Als de Mind zegt ‘Het komt nooit meer goed’ of ‘Anderen vinden mij raar’ kan je defusie toepassen: je observeert deze gedachten en erkent ze als gedachten, in plaats van als waarheid. Daardoor raken ze je minder. ‘Zelf-als-context’ is een tool die hier ook aan bijdraagt, door bewustwording te creëren over hoe ons zelfbeeld is opgebouwd: uit gedachten. Als we denken ‘Ik ben raar’ dan helpt de tool zelf-als-context om ook deze gedachte met afstand te bekijken. We zijn namelijk niet de inhoud van onze gedachten, maar de 'observeerder' van gedachten die allemaal komen en gaan.

    Er is behalve aandacht voor emoties en gedachten ook aandacht voor levensvragen. In de huidige maatschappij gaat het vaak over doelen en hoe we die doelen moeten bereiken. In The Young Ones wordt de aandacht verlegt van doelen naar waarden. Je bewust zijn van je waarden is een tool die je helpt stil te staan bij de vraag: ‘Wat vind ik nou eigenlijk echt belangrijk in mijn leven?’. Toegewijd handelen sluit hierop aan. Het is een tool die je helpt dingen te ondernemen op basis van je waarden. Misschien werk jij al lang aan het doel om die ene baan te krijgen, en heb je daardoor minder aandacht gegeven aan je waarden vriendschap en creativiteit. Door toegewijd te handelen maak je weer tijd voor die vriendin of tekencursus.  Dat helpt je bewuster te worden op de weg die je loopt en minder gefocust te zijn op het eindpunt. 

    Gerelateerd aan het loskomen van doelen is er aandacht voor het leven in het hier en nu. Als de Mind weer op de fiets roept ‘Ik moet nog...’, raak je in gedachten ver verwijderd van de omgeving waarin je fietst. Mindfulness is een tool die je helpt om terug te keren naar het hier en nu door middel van zintuiglijke vragen: Wat zie ik eigenlijk? Wat voel ik eigenlijk? Opeens realiseer je je dat je fietst langs een strook gras vol knoppen van de eerste lentebloemen en dat de wind door je haren waait.

    En dat woordje ‘moeten’, wordt flink aangepakt bij The Young Ones. Tegenwoordig ‘moet’ ik geen boodschappen meer doen maar ‘ga’ ik boodschappen doen. Wat tot ieders verbazing een heel ander gevoel geeft!

    Wil je weten hoe flexibel jij in het leven staat? Doe de gratis zelftest.

    Meer weten over VIP Mentrum en The Young Ones, klik hier.

  • Catherine van Zelst: Zelfstigma, je kunt er iets aan doen!

    Catherine van Zelst is gepromoveerd op weerbaarheid tegen stigma. Ze werkt als onderzoeker en trainer van geestelijke gezondheid-EHBO (MHFA) bij Mondriaan. Ook werkt ze bij het User Research Centre aan de Universiteit van Maastricht, waar ze naar integratie van haar ervaringsdeskundigheid in onderzoek streeft.

    Opeens veranderde je blik. Je zag wat we bedoelden. “Zelfstigma, dat herken ik wel, daar heb ik ook last van”. Je vertelde dat je jezelf ook naar beneden haalde. Dat het dus niet alleen ging om de veranderde, negatieve reacties van de omgeving, die we stigma noemden. Dat dit zelfstigma je ervan weerhield om ook maar iets te doen. Dat, èn de angst dat er iets mis zou gaan als je iets zou ondernemen. Je was eraan gewend geraakt om thuis te blijven.

    Een psychose brengt veel met zich mee. Het beeld dat je van jezelf hebt kan veranderen. Je probeert te accepteren wat je overkomen is, maar dat is niet zo gemakkelijk. Misschien is het eng dat zoiets je zomaar kan overkomen, of dat je toekomst opeens onzeker lijkt.

    Laat je niet weerhouden door negatieve reacties van anderen of door wat ze lijken te vinden. Stigma is een groot probleem waar iedereen met psychische klachten mee te maken kan krijgen. Probeer jezelf niet (onbewust) tegen te houden en jezelf naar beneden te halen om je diagnose en wat anderen daarvan vinden. Als je je bewust wordt van zelfstigma, het leert herkennen, dan kun je er wat aan doen.

    Daar kun je vanuit je eigen omgeving al mee beginnen. Een uitlaatklep kan al echt helpen. Voor de één is dat muziek (luisteren, maken), voor de ander schrijven (gedichten, je eigen ervaringsverhaal, of andere verhalen), sporten of wandelen, tekenen of schilderen, praten. Het kan helpen je gedachten te ordenen, negatieve ervaringen los te laten, als je wilt het gesprek aan te gaan over stigma met anderen.

    Je koos moedig voor het laatste en ik ben blij voor je. Want ook ik kon niet voorspellen of ze zou luisteren. Maar dat deed ze!!

  • Philippe Delespaul: De toekomst van de psychiatrie is persoonlijk en individueel

    Silvia Benschop 21-09-2017 0 reacties

    De toekomst van de psychiatrie is persoonlijk en individueel (‘personalized medicine’). Wie durft er dit te betwijfelen? Doelgroepgerichte standaard interventies, wat ook de wetenschappelijke evidentie hiervoor is, zullen maar heel beperkt tot kwaliteitsverbetering leiden. De Hoge Raad voor Volksgezondheid durft zelf openlijk te stellen dat de kwaliteit misschien wel geschaad wordt, wanneer we allemaal over zouden gaan naar standaard interventies op basis van wetenschappelijke evidentie. En op zich is dat begrijpelijk want de onderliggende rationale van de evidence based praktijk is gebaseerd op logische en statistische onjuistheden.

     

    “L’homme moyen n’existe pas!” (de gemiddelde persoon bestaat niet) betoogde Adolphe Quetelet (1796-1874) -- ja, van de Quetelet of de Body-Mass Index. Hij stelde dat de belangrijkste statistiek de verdeling was, niet het gemiddelde. Evidence based onderzoek maakt van het gemiddelde een fetisj. Maar de praktijk leert ons dat een interventie die voor de gemiddelde patiënt als best werkende uit een meta-analyse komt, misschien voor geen enkele individuele patiënt de beste keuze is.

     

    ‘Personalized medicine’ is het begrijpelijke antwoord. Wanneer niet iedereen het best geholpen wordt met de standaard interventie voor de doelgroep, laten we dan zoeken naar de subgroepen waarvoor specifieke behandelingen beter geïndiceerd zijn. Dat noemen we personaliseren. Een beetje een vreemde woordkeuze. Want ik stel me niet voor dat we gepersonaliseerde zorg hebben wanneer we een interventie, bijvoorbeeld CBT bij eerste psychose, specifieker kunnen targetten en slechts bij 1 op 4 indiceren.

     

    Het idee van ‘personalized medicine’ komt uit de oncologie waar men ontdekte op welke wijze kankercellen gezonde cellen aanvallen. Dit proces werd gelinkt aan genetische profielen en specifieke chemotherapie (of chirurgie). In de praktijk zijn hiermee ongelofelijke resultaten bereikt, maar ook waren er bittere ontgoochelingen. Het idee is intuïtief aantrekkelijk, maar daarom nog niet in de praktijk te realiseren.

     

    In de psychiatrie is ‘personalized medicine’ niet meer dan een belofte, een aantrekkelijk idee. Er is ter nauwer nood een onderliggende biologische basis, noch voor de categoriale diagnostiek, noch voor subtyperingen. En dus is er geen wetenschappelijke basis voor de rationale die aan de basis van ‘personalized medicine’ ligt.

     

    Er is een alternatieve strategie waarvoor alle noodzakelijke wetenschappelijke kennis beschikbaar is en die in de psychiatrie goed toepasbaar is. In de psychiatrie zijn er geen ‘tover’-behandelingen. Ook zijn er maar weinig behandelingen effectief zonder de motivatie van de cliënt. Zelfs super-effectieve medicatie moet dagelijks ingenomen worden. Een globale goed-genoeg diagnostiek vormt het uitgangspunt. Hierbij vertrekken we niet van de categorale diagnostiek, maar van transdiagnostische problemen. Of nog beter: van het antwoord van de cliënt op de vraag: wat loopt er mis, wat is je kwetsbaarheid?

     

    Niet enkel de beste behandeling, maar de verschillende opties die uit de wetenschappelijke literatuur komen bovendrijven, zijn opties voor interventies. Zij vormen de inzet van een gezamenlijk beslissingsproces tussen hulpverlener en betrokkenen (‘shared decision making’). Maar gezamenlijke keuze over de interventie is onvoldoende, omdat we niet weten of de behandeling succesvol zal blijken. Dus is het eveneens noodzakelijk om een gezamenlijke evaluatiestrategie te hebben, waarbij cliënt en hulpverlener samen evalueren of de interventie aanslaat. Zo nodig gooien ze het over een andere boeg, worden andere keuzes gemaakt. Uit dit iteratieve proces ontstaat optimale zorg. Het is dit proces dat de ware persoonlijke zorg vormt.

  • Jaap van Weeghel: Voorkom ernstige en blijvende gevolgen psychotische stoornis!

    Silvia Benschop 01-09-2017 0 reacties

    Jaap van Weeghel is gastblogger van het Netwerk VP. Hij is als bijzonder hoogleraar Rehabilitatie en Participatie verbonden aan Tranzo (wetenschappelijk centrum voor transformatie in zorg en welzijn van de Universiteit van Tilburg) en directeur wetenschap van Kenniscentrum Phrenos.

     

    VIP- of FACT-teams behalen mooie resultaten als hun cliënten mede dankzij de geboden behandeling goed van hun psychose herstellen, geen ernstige terugval krijgen en hun leven naar wens kunnen hervatten. Helaas verloopt het lang niet altijd zo voorspoedig. Niet iedereen herstelt duurzaam van zijn symptomen, en nog minder cliënten bereiken volledig maatschappelijk herstel. Velen behoren, in goed Engels, tot de NEET-jongeren: Not in Education, Employment, or Training. Uit onderzoek weten we welke factoren met een slechte prognose samenhangen: man-zijn, afkomstig uit etnische minderheden, slecht premorbide functioneren, vroeg begin van de psychose, geen steunend netwerk en veel negatieve symptomen.

     

    Moeten we de marginalisering van deze jongeren als een gegeven accepteren? Hoe kunnen we helpen voorkomen dat er bij cliënten een ‘ernstige psychische aandoening’ ontstaat? Hiermee bedoel ik niet dat de primaire stoornis, of de kwetsbaarheid voor psychosen, per se verdwenen moet zijn. Ik bedoel evenmin dat deze jongeren niet meer behandeld moeten worden of nooit meer ziek mogen zijn. Waar het wèl om gaat is dat de ernstige en blijvende gevolgen die een psychotische stoornis nu meestal heeft - denk aan publiek- en zelfstigma, somatische ziekten, functionele beperkingen, werkloosheid, demoralisatie en sociaal isolement - tot een minimum beperkt blijven. Als dat lukt, kunnen cliënten gemakkelijker aan de samenleving deelnemen en komen zij als persoon beter tot hun recht.

     

    Bestaan er voor jongeren met zo’n kansarm profiel speciale programma’s? Op zoek naar goede voorbeelden raakte ik vorig jaar op het IEPA congres in Milaan geïnspireerd door David Fowler en zijn onderzoeksgroep uit Engeland. Zij richten zich uitdrukkelijk op jongeren met een vroege psychose voor wie de vooruitzichten op maatschappelijk herstel het ongunstigst lijken. Zij ontwikkelden de Social Recovery Cognitive Behavioral Therapy (SRCBT): een interventie waarin IPS-achtige trajectbegeleiding wordt gecombineerd met cognitief-gedragstherapeutische technieken. De jongeren worden geholpen bij het vinden en volhouden van betekenisvolle activiteiten. Men probeert er samen met de jongere achter te komen wat het voor hen moeilijk maakt om deze activiteiten te blijven doen, zoals ervaren stigma en zelfstigma, en hoe ze die moeilijkheden kunnen overwinnen. Gevoelens van hopeloosheid en demoralisatie komen uitgebreid ter sprake. Een eerste RCT toonde enige positieve resultaten van deze interventie aan: jongeren met een niet-affectieve psychose werden actiever, hadden minder last van negatieve symptomen en hadden meer hoop gekregen.

     

    Natuurlijk is de toekomst van deze jongeren niet geheel maakbaar vanuit een ambulant GGz-team. Toch werd ik geraakt door de verhalen van David Fowler en zijn mensen. Vanwege de waardevolle interventie die een integrale aanpak en dus echt teamwerk vereist: psychologen en trajectbegeleiders werken in SRCBT nauw met hun cliënten en elkaar samen. De interventie is nog niet voldoende doorontwikkeld, zo realiseren Fowler en zijn mensen zich. Juist dát inspireert mij het meest: zij kiezen uitdrukkelijk voor de groep jongeren met de grootste kans op chroniciteit en stellen alles in het werk om voor hen een succesvolle aanpak te ontwikkelen.

     

    Zijn er in Nederland ook goede praktijken voor de kansarmste jongeren met psychosen? Ik hoor daar graag meer over. Het is de hoogste tijd om er een netwerkconferentie aan te wijden.

  • Fred Marquenie: Tijdens de POD-opleiding merkten we dat we vaak niet echt luisteren...

    Fred Marquenie is als leidinggevende werkzaam bij het ABC-team (Vroege Psychose) van Altrecht. Hij houdt zich graag bezig met thema’s als de implementatie van rehabilitatie (IRB), familie- of naastbetrokkenenbeleid, peer support en herstelondersteunende zorg.

    Is Open Dialogue de nieuwe wind in de GGz? Dit jaar worden ruim 30 Nederlanders in Engeland getraind gedurende vier keer een intensieve week. Ze zijn afkomstig uit Altrecht, GGzE, Lister en MET ggz, hun beroepen variërend van psychiater tot ervaringsdeskundige. Door de toevoeging van ‘peer-supported’ krijgt Open Dialogue een krachtige versterking.

    Het belangrijkste doel van Peer-supported Open Dialogue (POD) is om de cliënt en alle netwerkleden die hij erbij wil betrekken, te horen. Kenmerkend voor de (ten minste) twee POD-hulpverleners die bij deze netwerkbijeenkomsten aanwezig zijn, is dat zij open zijn: zij spreken nooit over de cliënt en anderen waar deze zelf niet bij zijn, geven aan wat de bijeenkomst met hen persoonlijk doet (bijvoorbeeld welke emoties het bij hen oproept), en hebben geen agenda voor de bijeenkomsten. Hulpverleners gaan dus open het contact in en proberen open te luisteren. Zonder direct aan diagnostische labels te denken en adviezen te willen geven. En dat geldt voor crisissituaties van nieuwe cliënten zowel als voor cliënten die al in behandeling zijn.

    Het klinkt simpel en wij, de nieuwe leerlingen, dachten allemaal dat we dit al best aardig deden. Pas nu zijn we er van doordrongen dat we toch vaak niet echt luisteren en dat we zelden een open dialoog hebben. En dat in ons verleden zelden hebben gehad (professioneel en persoonlijk). Evenzeer zijn we er allen van doordrongen hoe helend deze nieuwe houding werkt.

    Moet het medisch denken en het hele GGz-systeem hiervoor omgegooid worden? Ons inziens hebben het medisch handelen en andere gebruikelijke benaderingen, inclusief de bijbehorende diagnostiek en interventies, nog steeds meerwaarde. Echter, het is cruciaal dat dit binnen een POD-context gebeurt.

    We breken nu onze hoofden over hoe dit te implementeren. Want het is echt anders om als hulpverlener je diagnostische houvast los te laten en niet meteen iets te doen. Je moet leren die onzekerheid te verdragen en je als hulpverlener bewust kwetsbaar opstellen. Je moet echt het contact aan willen gaan. En je moet leren om niet direct adviezen te geven, maar er daadwerkelijk van overtuigd zijn dat de cliënt de expert is!

  • Cris Bergmans: IPS verandert ook de dynamiek in een team!

    Betaald werk hebben is voor veel mensen met een (ernstige) psychische aandoening niet vanzelfsprekend. Ook is het lang niet altijd vanzelfsprekend een opleiding of studie af te maken, omdat er allerlei redenen kunnen zijn om te stoppen - al dan niet tijdelijk. Toch blijkt uit onderzoek dat een groot percentage van de (vooral ook jonge) mensen met een psychische aandoening, gewoon betaald wil werken.

    Ik kom als IPS stafmedewerker bij kenniscentrum Phrenos veel op plekken in het land waar Individuele Plaatsing en Steun wordt gebruikt om deze groep mensen aan betaald werk of een opleiding/studie te helpen. Ook steeds meer VIP-teams gaan werken met deze methodiek, die ervan uitgaat dat IPS aan iedereen die wil werken wordt aangeboden.

    Tijdens werkbezoeken wordt de omslag bij teams waar IPS is geïmplementeerd heel tastbaar. Er zijn mooie voorbeelden van geslaagde trajecten. Er is betaald werk gevonden of een gestaakte opleiding wordt toch afgerond. Natuurlijk zijn er ook voorbeelden van trajecten waarbij bijvoorbeeld een stage in het kader van een opleiding toch niet lukt. Dan gaan stagiair en IPS’er samen aan de slag om weer een nieuwe stageplek te vinden. IPS wordt gezien als een belangrijk element in het bieden van herstel ondersteunende zorg en levert een nieuwe energieke dynamiek op.

    Ooit vertelde een wat oudere sociaal psychiatrisch verpleegkundige treffend wat IPS voor zijn team betekende. Hij gaf enigszins gechargeerd aan, dat in het verleden mensen met een psychose eerst eens rustig werden behandeld, waarbij de situatie werd gestabiliseerd en aangekeken. Door deze aanpak, die een hele tijd kon duren, verstreek veel tijd en was een werk- of studiewens helemaal uit beeld. Nu is dat anders, zo vertelde de SPV. Met IPS in het team is er veel meer aandacht voor de mogelijkheden van cliënten. Op vragen en wensen met betrekking tot een betaalde baan of een opleiding wordt direct een IPS’er betrokken. Er is kortom een andere dynamiek in het team ontstaan.

    IPS is vandaag de dag bij 26 GGZ-organisaties in Nederland geïmplementeerd en deze week volgt de 27e. Dat betekent niet alleen dat steeds meer mensen geholpen worden in het realiseren van hun werkwens, maar ook dat er een omslag in denken en doen binnen teams en organisaties ontstaat. Ik kan met een gerust hart zeggen: IPS werkt!

    Klik hier voor meer informatie over IPS.

  • Jim van Os: Ultra-high risk is out, Headspace is in – and I am glad!

    De psychiatrie zit vol verwarring – maar soms is het zelfreinigend vermogen groot, en dat stemt mij blij. Een belangrijke schoonmaker is Pat McGorry, uit Australië. Eerst creëerde hij de moeder aller verwarringen in ons vak, in de vorm van het begrip ‘Ultra-High Risk’ (UHR) of, later, ‘Clinical High Risk’ (CHR). Meer recent echter kwam hij met een glashelder alternatief: Headspace.

    De UHR verwarring

    Het idee dat jarenlang werd gepropageerd, en dat nu aan wetenschappelijke erosie onderhavig is, was dat UHR in feite een staat was van ‘pre-schizofrenie’ of, meer eufemistisch, pre-‘ernstige psychische aandoening’. Behandelonderzoek zou hebben aangetoond dat door mensen met UHR te behandelen, schizofrenie, of in ieder geval een ‘ernstige psychische aandoening’, zou kunnen worden voorkomen. Allemaal goed bedoeld – en natuurlijk is het goed om mensen eerder vroeger dan later te behandelen. Maar dit verkopen als preventie van een ‘ernstige psychische aandoening’ is, beleefd uitgedrukt, onwetenschappelijk.

    Wat? Kunt u dat toelichten professor?

    Ok hier komt het. Waar het op neer komt, is dat mensen met een diagnose van een angststoornis of een depressie op een gegeven moment, als de angst/depressie maar ernstig genoeg is, ook subtiele psychotische verschijnselen gaan vertonen. Laat dit nou de mensen zijn die men vervolgens gaat labelen als UHR. Als je deze mensen behandelt met psychotherapie of medicatie, neemt de psychopathologie af. Wat je dan gedaan hebt is niet preventie van schizofrenie, maar behandeling van een angst/depressie die ernstig genoeg was om gepaard te gaan met subtiele psychotische verschijnselen. Prima dus, die behandeling – maar please, laat preventie er buiten. Niet alles dat op psychose lijkt is pre-schizofrenie: Inmiddels weten we dat psychose een transdiagnostische dimensie is die ook voorkomt bij niet-psychotische stoornissen. In de DSM5 is dit al erkend in de vorm van psychotische vormen van OCD en dysmorphofobie die gewoon buiten het hoofdstuk van psychotische stoornissen staan vermeld.

    Ga dus niet iedereen die een beetje psychose heeft stigmatiseren als pre-schizofrenie of pre-EPA. Accepteer dat psychose een transdiagnostisch fenomeen is, een marker van de ernst van angst en depressie en behandel gewoon wat er is – zonder voodoo claims van preventie.

    Het alternatief : Headspace

    Pat McGorry, zeg maar de uitvinder van het UHR gebeuren, heeft dit denken inmiddels verlaten en komt met een veel betere oplossing: Headspace. Het verschil tussen UHR en Headspace is dat UHR gaat over het ‘hoog risico’ denken van de dokter, terwijl Headspace gaat over de public health gedachte van algehele risicoreductie bij iedereen – hoog risico EN laag risico. Headspace betekent dat je niet met een vergrootglas naar adolescenten gaat zitten turen om die paar er uit te plukken bij wie je het ‘monster’ van de psychose kunt ontdekken. Het betekent dat je erkent dat het meeste psychisch lijden ontstaat in de adolescentie en dat je dus moet zorgen voor laagdrempelige toegang tot normaliserende en hippe omgevingen waar het begin van psychisch lijden – psychotisch en niet-psychotisch – bespreekbaar kan worden gemaakt.

    He he…we zijn er

    Het misverstand en de warrige claims rond UHR c.q. CHR zal nog wel een paar jaar duren – zelfs nu blijkt dat het wondermiddel van de visolie de zoveelste fout-positieve bevinding was. Een correct begrip van wetenschap is niet voor velen. Maar ik ben blij te zien dat de Headspace gezond-verstand-gedachte gestaag groeit en bloeit. Hulde aan Pat McGorry.

    Jim van Os is gastblogger. Hij is Hoogleraar Psychiatrische Epidemiologie aan de Universiteit Maastricht en hoofd van de afdeling Psychiatrie en Psychologie van het UMC van Maastricht.