Dorothé van Slooten

  • Dorothé van Slooten: Met de focus op angst vergeet je de hoop!

    Dorothé van Slooten is gezondheidswetenschapper en als senior stafmedewerker Vroege Psychose en Innovatie verbonden aan Kenniscentrum Phrenos. Zij is tevens ondersteuner van het Netwerk Vroege Psychose. Klik hier voor meer informatie over Dorothé.

    Marseille. Een hele warme dag eind augustus. Ik loop door smalle straatjes op zoek naar een plein dat ik van vorige bezoeken ken. Het moet ergens rechts van de haven zijn en dan naar boven. Ik doorkruis straten vol graffiti en steegjes waar het afval hoog opgestapeld ligt. Ik hou van Marseille. Het leeft, het is volks, het voelt welkom.

    Maar vandaag niet. Nergens vind ik dat plein met die fijne sfeer, nergens die graffiti-trap die er naar toe leidt. Wel veel andere leuke plekken, maar daar loop ik aan voorbij. Ik zie ze niet eens. Ik wil dat ene plein.

    Na anderhalf uur geef ik het op. Ik zak neer voor een café en bestudeer de stadskaart. Dat helpt niet veel, maar geeft wel een gevoel van controle. Ik weet in ieder geval weer waar ik nu ben.

    Naast me ploft een man neer. Ploffen is het juiste woord. Hij puft. Het is warm. Hij ziet er uit alsof hij ook naar het plein op zoek is geweest. Ik knik en mompel iets vaags: “La température, c’est dûr, n’est-ce pas?”, want ik spreek een aardig mondje Frans als ik er heel lang over na kan denken. Hij kijkt me bevreemd aan en zegt: “Sorry? Je ne parle pas français”. Een Hollander, kan niet missen.

    Hij is sinds kort met pensioen, vertelt hij bij de koffie. Altijd als hulpverlener in de ggz gewerkt. Mooi beroep, maar hij mist het niet. Hij geniet van de rust, van de dagen zonder stress. Bovendien heeft hij nu meer tijd voor zijn dochter en dat komt de onderlinge verhouding zeer ten goede. Hij schetst de laatste jaren, waarin zijn dochter een paar psychoses doormaakte. “Ik wist niet hoeveel je als ouder moet verwerken. Noch hoe moeilijk dat is. En dat terwijl ik in mijn werk toch veel met familie deed en hen betrok bij de zorg. Maar ik heb echt een paar jaar nodig gehad om te ontdekken dat ik veel te veel van mijn dochter verwachtte. Of liever: de verkeerde dingen verwachtte. Te normerend was. Ik zat te vast in mijzelf en in mijn eigen ideeën over hoe het moest, en had te weinig oog voor haar, voor haar ervaringen en proces. Achteraf zie ik dat ik te weinig vertrouwen in haar had. Dat is heel confronterend om te ontdekken. Ik zag vooral de dingen die ze niet deed, de dingen die ìk belangrijk vond.”

    Ik herken wat hij zegt. Het valt niet mee om een ander diens eigen keuzes te laten. Eigen fouten te gunnen. ‘Dignity of risk’ is niet alleen voor professionals, maar ook voor naasten een moeilijk thema. De man beaamt dat en vervolgt beschouwend: “Ik hield vast aan de pijn en vergat de hoop. Mijn focus lag op mijn eigen angst.”

    Ik denk aan mijn eigen zoektocht. Vanmorgen nog, naar ‘mijn’ pleintje. Ik zag op elke hoek wat er niet was en ging voorbij aan de goede dingen die ik tegen kwam. En ik besluit dat ik dat niet meer wil. Ik sta op, geef de man bij het afscheid mijn stadskaart en loop met open geest naar de volgende hoek. Laat maar komen, die ervaringen!

  • Dorothé van Slooten: Weg met het taboe op eenzaamheid!

    Dorothé van Slooten is gezondheidswetenschapper en als senior stafmedewerker Vroege Psychose en Innovatie verbonden aan Kenniscentrum Phrenos. Zij is tevens ondersteuner van het Netwerk Vroege Psychose. Klik hier voor meer informatie over Dorothé.

    Dit is een blog over eenzaamheid. Niet omdat het zo’n interessant thema is, maar omdat het een urgent thema is. Eenzaamheid treft veel mensen! Mensen met financiële zorgen, mensen met gezondheidsproblemen, mensen met (vroege) psychose, vluchtelingen, ouderen, jongeren en nog zo heel veel andere burgers.

    Om maar eens wat te noemen: recent GGD-onderzoek wijst uit dat 80.000 Amsterdammers ernstig eenzaam zijn. Dat is 13% van de volwassen bevolking van onze hoofdstad. Daarnaast voelt 35% zich in meer of mindere mate eenzaam. Dat is 48% totaal, bijna de helft van alle Amsterdammers! Naar verwachting zal dit in de nabije toekomst alleen nog maar toenemen.

    Nu is het probleem van eenzaamheid in Amsterdam wel wat groter dan elders. Dat ligt aan typisch grootstedelijke factoren als werkeloosheid en anonimiteit, maar ook aan het feit dat er veel eenlingen naar wereldsteden trekken. Denk maar aan studenten, expats en migranten. Die cijfers gelden dus niet zomaar voor de rest van Nederland. Dat neemt niet weg dat we de samenleving snel zien veranderen en onpersoonlijker worden. Mensen voelen zich steeds minder deel uitmaken van een groter geheel, van een stad of een wijk. De rol en betekenis van oude sociale verbanden verminderen. Steeds minder mensen zijn lid van een buurtvereniging of actief in de kerk. Er wordt dan ook gevreesd dat de eenzaamheid ook elders in Nederland zal toenemen. Nu is dat nog 10% voor ernstige en 33% voor matige eenzaamheid. Welbeschouwd is dat eigenlijk niet eens zo heel veel minder dan in Amsterdam…

    Drie jaar geleden ben ik in mijn eentje naar Amsterdam verhuisd. Weliswaar naar de wijk met het laagste eenzaamheidscijfer, maar desondanks: die eerste twee jaar waren moeilijk. Ik kende niemand en het is een immens grote stad. Bovendien zijn er als je ouder wordt steeds minder aanknopingspunten om mensen te ontmoeten. Daar komt bij dat weinig mensen staan te wachten op nieuwelingen, zeker op mijn leeftijd. Als ik in die tijd om me heen keek, vroeg ik me af wie tot die 48% behoorde. Maar eenzaamheid toont zich niet. Terwijl ik lotgenoten wilde zien, mensen die net als ik eenzaam waren…

    Want ja, eenzaamheid trof mij dus ook. Ik was niet altijd en ook niet ernstig eenzaam, maar het trof mij desondanks. Ik hoorde bij die groep.

    Het voelt als een ‘coming out’ te zeggen: “Ik was eenzaam en soms ben ik het nog.” En ik zeg dit niet zomaar. De reden van dit uit de kast komen is dat ik in die tijd heb gemerkt dat mensen liever zwijgen over eenzaamheid. Het is niet hot. Je kunt een meewarige reactie krijgen, onbegrip voelen of zelfs beschouwd worden als een zielig geval. Dat wil toch niemand? Dus zwijgt men over dit thema. Gelukkig merk ik dat mijn eigen openheid veel los heeft gemaakt bij mijn gesprekspartners. Het riep vaak wederzijdsheid op en gesprekken die verder voerden. Alsof we bijna als vanzelf bij een dieperliggende existentiële laag kwamen. Niet alleen bij mensen die zich eenzaam voelden, ook bij mensen voor wie dat niet gold. Je zou bijna zeggen: “Eenzaamheid mag dan niet hot zijn, het gesprek erover is dat wel!”

    Dus ja, ik was eenzaam en soms ben ik dat nog. En ik schaam me er niet voor. Het is deel van het leven, of in ieder geval van mijn leven. En het maakt mij tot een vrouw met een missie: ik wil dat het taboe op eenzaamheid verdwijnt. Dat het bespreekbaar wordt. Dat we er in onze vriendenkring over praten. En dat we er standaard in de GGz over praten.

    Want als 48% van de bevolking eenzaamheid beleeft, kun je zeggen dat het bij het leven hoort. Dus weg met dat taboe!

    (Bron cijfermateriaal: Parool, 24 juni 2017)

  • Dorothé van Slooten: ‘Verhitte’ bijwerkingen

    Dorothé van Slooten is gezondheidswetenschapper en als senior stafmedewerker Vroege Psychose en Innovatie verbonden aan Kenniscentrum Phrenos. Zij is tevens ondersteuner van het Netwerk Vroege Psychose. Klik hier voor meer informatie over Dorothé.

    We zitten met z’n allen in een kleine ruimte. Het is warm en met de minuut stijgt de temperatuur. “Hou die ramen dicht!”, is ons op het hart gedrukt door de conciërge. “Anders wordt het hier onhoudbaar!” En dat doen we. We zijn braaf en natuurlijk heel bang voor onhoudbare situaties.

    Ik geef een cursus over MoVIT. MoVIT is een model voor intercollegiale teamuitwisseling. Met behulp van een dynamisch programma delen teams reflecties over hun werk en geven elkaar advies. Het is een erg leuke manier om met collegae van andere organisaties uit te wisselen. Deelnemers zijn erg enthousiast en geïnspireerd, aldus de evaluatie.

    En deze middag zijn ze daarnaast dus ook erg warm. De gevoelstemperatuur stijgt tot ongekende hoogte. Af en toe lassen we een extra pauze in, waarbij iedereen de gang op rent. Ook tijdens de werkvormen vluchten we naar mate de middag vordert meer en meer naar koelere plekken. Die steeds minder te vinden zijn…

    Tijdens mijn vorige baan in Maastricht had ik ooit een kantoor onder het eeuwenoude dak van een pand naast de Sint Servaasbasiliek aan het Vrijthof. Mijn zoontje zei daar destijds opgetogen over: “Gaaf, jij hebt op je werk een kerk in de tuin!” En hij had gelijk: het was een fantastische locatie. Maar in de zomer was het minder fantastisch. Dan werd die zolderkamer een oventje, waarin het onmogelijk toeven was. Onhoudbaar. Ik weet dus wat dat is…

    Tijdens één van die zomers vertelde een vrijwilliger, waarmee ik in het kader van vroege psychose veel samenwerkte, over zijn problemen met warmte. Hij vergeleek zijn persoonlijke warmteregulatie met mijn kantoor. “Elke zomer”, vertelde hij, “als het kwik boven de 24 graden uit komt, trek ik mij noodgedwongen terug in een donkere, gekoelde ruimte omdat mijn lijf de hitte niet kan afvoeren. Dat helpt.” Ik weet inmiddels dat zijn methode niet afdoende is. Twee jaar geleden werd hij opgenomen in het academisch ziekenhuis, waar hij op de intensive care opgelapt moest worden. Toen ik hem daar opzocht, zei hij met een fijn gevoel voor understatement: “Tja, medicatie heeft soms nare bijwerkingen.”

    Tegenwoordig, als ik het warm heb - pakweg bij een graadje of 28-30 of in ‘onhoudbare situaties’ zoals onlangs bij MoVIT -  denk ik aan hem en aan alle andere mensen die last hebben van de bijwerkingen van antipsychotische (en andere) medicatie. En dan zakt mijn gevoelstemperatuur gelijk een graad of 5...

  • Dorothé van Slooten: Eerbetoon aan mensen die niet zelfstandig kunnen wonen

    Dorothé van Slooten is gezondheidswetenschapper en als senior stafmedewerker Vroege Psychose en Innovatie verbonden aan Kenniscentrum Phrenos. Zij is tevens ondersteuner van het Netwerk Vroege Psychose. Klik hier voor meer informatie over Dorothé.

    In een oude metaalfabriek zit ik te midden van afbladderende verf, kale muren en oude installaties te luisteren naar de verhalen van twee auteurs over bewoners van een GGz instelling ergens in Nederland. Koos Neuvel en Caroline de Pater hebben twee jaar lang hun ogen en oren open gezet voor de beelden en verhalen van mensen die voor langere tijd in de GGz opgenomen waren. Het heeft een prachtig boek opgeleverd: 't Is hier een gekkenhuis; De ommezwaai in de geestelijke gezondheidszorg. De entourage van de oude metaalfabriek past wonderlijk goed bij het thema ambulantisering. Een sfeer zoals Wim Veling al in zijn blog over de Manicomio’s beschreef: verlaten gebouwen, in staat van verval…

    Ik ben altijd een fervent voorstander van ambulantisering en het voorkomen van opname geweest. Kies liever voor extra hulp in de eigen omgeving en zorg daarbij voor een breed palet aan alternatieve ondersteuningsvormen. Maar helaas blijft het een feit, aldus Neuvel en De Pater, dat het zo’n 20.000 mensen niet lukt om zelfstandig te wonen. Naar die mensen zijn ze op zoek gegaan. Hun boek is het verslag van deze reis. Het is een road movie waarin de ervaringen onderweg naar persoonlijke ontwikkeling en verdieping leiden. Van de auteurs, maar vaak ook van de mensen die zij ontmoeten.

    Ik heb vele jaren op het terrein van een groot psychiatrisch ziekenhuis gewerkt. Door het raam van mijn kantoor zag ik de dagelijkse loop van velen naar de hoofdingang. Ik ben van dat uitzicht gaan houden en als ik eerlijk ben: ik heb er af en toe nog heimwee naar. Het waren zo veel verschillende mensen met even zoveel verhalen, houdingen, maar zeker ook sferen die aan mij voorbij trokken, dat de noodzaak van goede zorg gebaseerd op een goede visie elke dag onontkoombaar was.  

    Piet was één van de mensen die ik dagelijks langs zag lopen. Regelmatig kwam hij op het stoeltje tegenover mijn kantoor zitten, dronk een kop koffie en mompelde onverstaanbare dingen. Tot ik de moeite nam om naar hem toe te gaan en een praatje te maken. Dan kwamen de verhalen, waarin heden en verleden, waan en werkelijkheid moeiteloos in elkaar overliepen. Ik stak regelmatig die gang over. Het bracht mij naar een andere dimensie, waarin de wereld verlaten en in staat van verval was. Terugkomen was voor Piet geen mogelijkheid meer, maar ik kon wel die stap naar hem zetten.

    Sinds drie jaar werk ik bij Kenniscentrum Phrenos, maar ik heb nog vaak aan Piet gedacht. In die oude metaalfabriek stond hij mij weer glashelder voor de geest. Inmiddels is hij overleden, heb ik begrepen. Hij was oud. Hij had veel meegemaakt.

    Als ik het boek van Neuvel en De Pater lees, denk ik aan Piet en zie hem en zijn vele lotgenoten de loop door de psychiatrie maken. En ik ben blij met de aandacht en het eerbetoon voor deze indrukwekkende mensen. Dag Piet, het ga je goed!

  • Dorothé van Slooten: Elk mens doet het!

    Dorothé van Slooten is gezondheidswetenschapper en als senior stafmedewerker Vroege Psychose en Innovatie verbonden aan Kenniscentrum Phrenos. Zij is tevens ondersteuner van het Netwerk Vroege Psychose. Klik hier voor meer informatie over Dorothé.

    Tijdens een cursus die ik volg hadden we het over het verschil tussen feiten en aannames. Kort door de bocht kun je zeggen dat feiten stevig onderbouwd zijn, terwijl aannames gebaseerd zijn op veronderstellingen die je niet hard kunt maken. Iedereen heeft aannames. Elk mens ‘doet het’. Er is een overvloed aan situaties die vragen om snel handelend optreden en dan kun je niet stil staan en nadenken of iets bewezen is of niet.  Snelheid van oordelen en het vertrouwen daarop is een automatisme van ons brein geworden. Dat is vanuit de evolutie belangrijk voor de overleving van de soort. Prima dus.

    Het wordt wat anders als we waarheid hechten aan die aannames en meer specifiek aan de onjuiste aannames. Immers, aannames beïnvloeden ons gedrag. Ze hebben hun weerslag op de beoordeling van de wereld om ons heen, van anderen, van onszelf. Ze bepalen onze keuzes. Sommige aannames zijn groter of opvallender dan andere. Sommige zijn geestig, andere hebben grote nadelige consequenties. Soms voor de persoon zelf, soms voor diens omgeving. Het zijn geen gemakkelijke jongens, die aannames.

    Neem nou dat bericht over de enorme daling van de criminaliteit. Het criminaliteitscijfer is sinds 1980 niet meer zo laag geweest. Dat cijfer is niet alleen gebaseerd op daadwerkelijke aangiftes (moord, diefstal, enz.), maar ook op ons gevoel van veiligheid (tevredenheid, geluk, enz.). Desondanks lijken veel mensen er oprecht van overtuigd dat het nog nooit zo onveilig is geweest in Nederland. Geen simpele jongen, die aanname…

    En wat te zeggen over de denkbeelden die veel mensen hebben over mensen met een psychose? Uit onderzoek blijkt dat de aannames dat zij gevaarlijk en onbetrouwbaar zijn en dat je niet met hen kunt communiceren, nog steeds hoogtij vieren. Hele nare jongen, deze aanname…

    Ikzelf ben tamelijk goed in aannames. Ik wil niet opscheppen, maar ik denk dat ik een waar talent heb. Ik zeg bijvoorbeeld regelmatig nooit of altijd. Ik weet dat dit zelden houdbaar is, maar toch doe ik het. Ook veronderstel ik dat het een lieve lust is. Zeker in moeilijke situaties.

    Een mooi voorbeeld van de impact van onjuiste aannames is de redenering rondom mijn regelmatig terugkerende buikpijn:

    • Deze vorm van buikkrampen komt veel in mijn familie voor: feit.
    • Het is een genetische afwijking: feit.
    • Bij niemand is het ooit over gegaan: feit.
    • Een specialist kan dus niet helpen: feit.
    • Ik moet er mee leren leven: feit.

    Een best sterke redenering, vond ik meer dan vijfentwintig jaar. Tot iemand een simpele vraag stelde: “Wat heeft genetische aanleg met symptoombestrijding te maken?”

    Ineens werd het stil in mij. Nooit aan gedacht. Volkomen blind voor de afwezigheid van logica in mijn denktrend en aannames. Tja, daar sta je dan. Domme jongen, die aanname...

    Deze denkfout heeft me veel bewuster laten kijken naar mijn eigen denken. Niet dat ik daar heel consequent in ben, maar ik doe een flinke poging. Terwijl ik dit blog schrijf, heb ik een paar keer gedacht: is dit nou een feit of een aanname? Vermoeiend, maar wel inzicht gevend.

    En dat is een aanname!

  • Dorothé van Slooten: Over psychose, vertrouwen en nabij blijven

    Dorothé van Slooten is gezondheidswetenschapper en als senior stafmedewerker Vroege Psychose en Innovatie verbonden aan Kenniscentrum Phrenos. Zij is tevens ondersteuner van het Netwerk Vroege Psychose. Klik hier voor meer informatie over Dorothé.

    Twee weken geleden lag ik in de stoel van de tandarts. Aardige man, brede belangstelling, geeft goede uitleg van zijn acties en komt nog kundig over ook. Ik ken hem nog niet zo lang, maar de afgelopen anderhalf jaar maakte hij een prima indruk op mij. Kort en krachtig, dat wel. Op mijn gebit was niets aan te merken, zei hij elke keer na een kwartier. Dus bleef de kennismaking oppervlakkig. En eenzijdig natuurlijk, want in zo’n stoel is mijn eigen gespreksstof vrij beperkt.

    Dit keer verliep onze afspraak wat anders. Ten eerste had ik nu een hele lange afspraak (blijkbaar was mijn gebit minder vlekkeloos dan hij mij had doen geloven) en ten tweede was het onnoemelijk druk in de praktijk. De boor- en ieieie-geluiden kwamen van alle kanten. Ik ben niet angstig, maar ik ken prettiger geluiden.

    De assistente was elders bezig, dus er was even tijd om een minder eenzijdig gesprek te voeren. Hij vroeg wat ik beroepsmatig deed en ik vertelde hem over het Netwerk Vroege Psychose. Hij knikte en was zichtbaar geïnteresseerd. Toen hij later aan de wortelkanaalbehandeling begon, vertelde hij over hoe hij mensen die in lastige situaties terecht gekomen waren, werkervaring in zijn praktijk bood. Dat beaamde de inmiddels gearriveerde assistente volmondig. Zij was ook zo begonnen.

    Tussen de bedrijven door maakte ik de bekende “Uhuh” en “Ahh” geluiden, maar toen tijdens een pauze vulmateriaal gemaakt werd, kon ik hem naar de achtergrond van zijn betrokkenheid vragen. Gedurende de resterende anderhalf uur hoorde ik het verhaal van zijn partner die op jonge leeftijd, na de geboorte van hun eerste kind, een psychose had gehad. In de loop der jaren waren er meer gevolgd. Zowel kinderen als psychoses.

    Wat mij daar in die tandartsstoel overkwam, was bijzonder. Ik hoorde een aangrijpend verhaal over hoe twee mensen samen leren omgaan met psychose. Of, zoals hij zelf zei: “Het is eigenlijk een verhaal over hoe onze liefde de problemen van psychose overwon. Makkelijk was dat namelijk niet. Maar ons geluk was dat we elkaar en onze liefde blindelings vertrouwden. Dat, en het feit dat we bleven praten, heeft ons steeds gered. Nu is het al weer zes jaar geleden dat ze een psychose heeft gehad. Onze kinderen zijn bijna volwassen. En ja, ik geloof steeds meer in mensen.”

    Wat hij vertelde sluit enorm aan bij mijn eigen ervaring, zowel in mijn werk- als privéleven. Blijven praten, elkaars perspectief respecteren, samen zoeken naar oplossingen, je eigen angst overwinnen (misschien nog wel het moeilijkste aspect), nabijheid blijven zoeken en vragen stellen zonder bij voorbaat al het antwoord in te vullen. Ach, we weten allemaal hoe moeilijk dat is. Wat het ons soms kost om dat te leren. Maar het kan. Het is de moeite waard!

    Na twee uur in de tandartsstoel was ik een hersteld wortelkanaal en (bij wijze van verrassing) beugel rijker. En toch fietste ik blij en ongelooflijk verrast naar huis. De kracht van verhalen. En van mensen…

  • Dorothé van Slooten: Over water, blaren en het belang van psychotherapie

    Dorothé van Slooten is gezondheidswetenschapper en als senior stafmedewerker Vroege Psychose en Innovatie verbonden aan Kenniscentrum Phrenos. Zij is tevens ondersteuner van het Netwerk Vroege Psychose. Klik hier voor meer informatie over Dorothé.

    Kletsnat waren we. Niet een beetje, nee, we sopten letterlijk in onze schoenen. Ik riep: “Lukt het nog?” en stopte toen mijn vriendin niet antwoordde. Mijn schoenen maakten golfjes in het water zoals rotsblokken in stroomversnellingen. Ik had het al lang opgegeven droge voeten te houden: de kleine straatjes de heuvel op waren slecht doorwaadbare beekjes geworden. Lissabon in januari…

    Het kleine kroegje was warm en droog. We hingen onze druipende jassen over een kachel en ik zette mijn schoenen er tegenaan. De blaar op mijn rechtervoet was inmiddels gekloond. Ik dacht: dat krijg je met natte voeten.

    Te midden van de optrekkende dampen kwamen we te spreken over haar dochter. Een leuke meid met een vechtersmentaliteit. Na een aantal psychoses was ze een eigen richting in geslagen. Ze wilde aan zichzelf werken, zo noemde ze dat. Ze had zelf een psychotherapeut gezocht en was aan de slag gegaan. Mijn vriendin vertelde dat ze ‘leerde leven’. Op mijn vraag wat ze daarmee bedoelde, zei ze: “Ze leert zichzelf kennen, wie ze is en wat de dingen in het leven voor haar betekenen. Wat emoties met haar doen. Daardoor leert ze er mee omgaan. Dus niet alleen met die psychoses, maar ook met het leven zelf." Dat vergt trouwens wel wat opruimwerk, begreep ik, want haar dochter sjouwt heel wat ervaringen mee, die haar beïnvloeden. Maar ze doet het toch maar!

    Ik herken het verhaal van mijn vriendin. Ik zie veel jonge mensen die psychische problemen krijgen en daardoor stagneren in hun ontwikkeling. Niet alleen in studie, werk, sociale contacten of wonen, maar ook in identiteitsontwikkeling. En een eigen identiteit is cruciaal om het leven te kunnen leven, juist na een psychose of ernstige depressie. Vroeger had haar dochter emoties weg geduwd of weg geblowd, nu leerde ze er mee omgaan. Ik gun veel mensen psychotherapie, meer dan er nu gebruik van kunnen maken. Want door allerlei omstandigheden zijn er nog steeds te weinig psychologen in de VIP- en FACT-teams. Verschrikkelijk vind ik dat!

    Toen we weer enigszins opgewarmd waren, durfden we het gevecht met de elementen weer aan. Bij een schoenwinkel besloot ik nieuwe schoenen te kopen, want het lopen op die ene voet werd toch wel vervelend. Terwijl ik een paar schoenen paste, hoorde ik mijn vriendin ineens zeggen: “Wat heb jij nou in je schoen zitten?” Daar lag mijn OV-pasje. Ik was het al weken kwijt...

    We dragen veel met ons mee, vaak zonder ons daar bewust van te zijn. Ik heb in Lissabon geleerd daar beter op te letten!

  • Dorothé van Slooten: Juist onze barsten maken ons waardevol!

    Dorothé van Slooten is gezondheidswetenschapper en als senior stafmedewerker Vroege Psychose en Innovatie verbonden aan Kenniscentrum Phrenos. Zij is tevens ondersteuner van het Netwerk Vroege Psychose. Klik hier voor meer informatie over Dorothé.

    Ik hou niet van perfectie. Niet in de stad, niet in de natuur en niet in andere dingen in de wereld om me heen. En zeker niet in mensen…

    Waar ik van hou zijn steden waar het bloed, het zweet en de tranen van de geschiedenis nog zichtbaar zijn. Landschappen waar de natuur zijn organische gang is gegaan. Kozijnen waar de verf af begint te bladderen en bloemen die tegen verwelking aan schuren. Ik hou van kunst die rauw is. Je zou kunnen zeggen dat daar waar het leven zichtbaar doorheen sijpelt, daar word ik door geraakt.

    Dat geldt voor mij ook voor mensen. Het zijn de rafelrandjes die me het meest ontroeren. De ruwe kantjes, de plooien en de barsten. Daar waar een glimp van kwetsbaarheid zichtbaar wordt, voel ik mijn buik draaien. Dan word ik overstroomd door een warm gevoel. Mens, wat ben je mooi!

    Het vreemde is, en dat hoor ik ook vaak om me heen, dat ik die imperfectie in mezelf niet als mijn mooiste kant beschouw. Mijn eigen oneffenheden vervullen me zelden met ontroering. Integendeel, ik probeer ze glad te schuren, bij te werken en waar ze tot breuken leiden, te lijmen. Ik ben daar niet erg succesvol in trouwens.

    Mijn moeder gaf ons vroeger de opdracht borden met een barst weg te zetten in een doos in de kelder. Eenmaal per jaar mochten we deze achter in de tuin tegen de muur aan diggelen gooien. Wij vonden dat heerlijk. Wie gooit er nou niet graag met kapotte borden? Als metafoor voor het leven deugt het echter niet. Waarom is een kopje met een barst waardeloos?

    Op het RACT-congres in Utrecht had René Keet het over het Japanse Kintsigu. Bij dit Zen boeddhistische principe worden gebroken aardewerken voorwerpen gerepareerd, maar op zo’n manier, dat de schade niet verborgen wordt, maar juist met goud benadrukt. De ‘aderen’ die op deze manier ontstaan, staan symbool voor het idee dat een voorwerp juist extra waardevol wordt door een breuk.

    Keet vond dit een mooie metafoor voor Herstel en ik ben het met hem eens. Ik vind het prachtig! Het zijn immers de rafelranden die ons mooi maken, de barsten die ons inzicht geven en de lijmpogingen waar we verder door komen. Dat geldt voor de wereld om ons heen. Voor de vele mensen daarin. En dus geldt dat eigenlijk ook gewoon voor jou en mij!

     

    “Ben niet bang

    te mislukken of te falen

    gelijmde stukken

    hebben

    de mooiste verhalen”

    (www.versjesvanmar.nl of  check Instagram)

     

     

  • Dorothé van Slooten: Blije en geïnspireerde mensen in pilot MoVIT

    Dorothé van Slooten is gezondheidswetenschapper en als senior stafmedewerker Vroege Psychose en Innovatie verbonden aan Kenniscentrum Phrenos. Zij is tevens ondersteuner van het Netwerk Vroege Psychose. Klik hier voor meer informatie over Dorothé.

    Soms zijn er van die bijeenkomsten waar je blij van wordt. Ik dan toch. Je zou daar op kunnen antwoorden dat mijn enthousiasme snel ontbrandt. En dan geef ik je schoorvoetend gelijk. Maar blij worden, zo’n fijn gevoel dat nog lang na ijlt, ook als de waan van alledag je weer opslokt… Nee, dat is ook voor mij niet algemeen.

    Gisteren ging de pilot MoVIT van start. MoVIT staat voor Model Voor Intercollegiale Teamuitwisseling. Vanuit het Netwerk Vroege Psychose werd de vraag naar teamuitwisseling in 2015 gesteld en kenniscentrum Phrenos ging met deze vraag en een subsidie van het NKO (Netwerk Kwaliteitsontwikkeling GGz) aan de slag. Een inspirerende reflectie moest het worden, waarin leren van elkaar centraal staat, zonder dat mensen in de examenstand moeten.

    De energie van de naam MoVIT is best lekker (I like to move it, move it…) en dat past ook. MoVIT staat namelijk voor een leuke triadische uitwisseling. Tijdens een middag ergens in het land komen vertegenwoordigers van twee VIP- (of andere) teams bijeen voor een kijkje in elkaars keuken. Triadisch betekent in dit verband dat het team bestaat uit cliënten, naasten, maatschappelijke partners en professionals. Een bont gezelschap dus.

    En dat merkten we ook. Het gesprek stokte geen moment en uitroepen van “Oh, doen jullie dat zo, wat leuk!” of “Dat is een goed idee, dat pakken wij ook (weer) op.” waren niet van de lucht. Gespreksleiders Suzan en Mirjam hadden een flinke klus met het bewaken van de tijd, want uitwisseling met een verwant team van een andere organisatie blijkt ontzettend op de spraak te werken.

    Ook de cliënt, naaste en maatschappelijke partner waren blij met de middag. Behalve dat het ontspannend en toch actief was, vond men de verschillende perspectieven goed. Er ontstond meer begrip en inzicht. Mooi detail: in de actiegroep die de uitkomsten van de middag voor het ene team verder gaat uitwerken en invoeren, hebben de genoemde cliënt en naaste zitting. Tja, dan word ik heel blij…

    Vanmiddag kreeg ik een mailtje van het hoofd behandeling van één van de teams. Hij had het team gesproken. Hij schreef: “Vanmorgen blije teamleden bij de overdracht, helemaal geïnspireerd door MoVIT. Klonk heel goed, well done!”

    Dus huppel ik nog even door. Zeker nog tot vanavond. En waarschijnlijk nog daar voorbij…

  • Dorothé van Slooten: lopen om weer verder te kunnen!

    Silvia Benschop 14-09-2017 0 reacties

    Hij liep honderd meter voor me. Zijn stappen klein, moeizaam, zwaar. Toen ik stopte om mijn schoenen beter te veteren en wat water te drinken, zag ik hem traag de haarspeldbochten omhoog nemen. Geen wonder overigens, het stijgingspercentage op dat punt was al enige tijd rond de 10-12%. Dat valt niet mee bij temperaturen van boven de 30 graden.

    Ik zag hem een tweede keer toen hij mij later op de dag, bij het voorbij lopen “Buon Camino” wenste. Dat is een veel gehoorde groet als je de route naar Santiago de Compostela loopt. En dat deed ik. Net als vele andere wandelaars en de jongen voor me. Ik stopte even en stelde me voor. Hij bleek Rafael te heten en op weg te zijn naar dezelfde albergue als ik. “À bientôt!” zei ik, want hij was Frans en die groet ken ik.

    ’s Avonds raakten we aan de praat. Dat gebeurt makkelijk in albergues, waar je met enkel peregrino’s (pelgrims) verblijft. Je praat over de voorbije dag, de route van morgen, de spieren, het eindpunt. En vaak ook over de redenen waarom je de tocht loopt. Op die manier heb ik vele, vaak aangrijpende levensverhalen gehoord. Dat krijg je als je wat ouder wordt en geen bezwaar hebt tegen luisteren…

    Rafael was op weg van zijn woonplaats Navarrenx naar Pamplona in Spanje. Zijn moeder had hem ooit die tip gegeven. Het zou rust en vertrouwen geven, dacht ze. Dat kon hij destijds wel gebruiken: hij had net een psychose achter de rug en was daar nog flink van slag van. Die tocht had hem inderdaad gegeven wat zijn moeder voorspelde. De cadans van het lopen, het rustige tempo, het uithoudingsvermogen, de ontmoetingen met andere peregrino’s die niets van zijn achtergrond wisten: dat alles gaf hem het gevoel weer verder te kunnen leven. Sindsdien loopt hij deze route elk jaar. Hij kent de bochten, de lastige stukken, de mooiste rustplekken en de beste albergues. “El Camino, c’est comme la vie!”, zei hij. En hij is inmiddels een expert.

    Ik was onder de indruk van Rafael’s verhaal. Goede ouders, die hem los durfden te laten en het vertrouwen gaven dat hij dat ook aan kon. Die begrepen dat jezelf overwinnen en letterlijk in beweging komen essentieel zijn. Uit onderzoek weten we immers dat er een verband is tussen de mate waarin er aan beweging wordt gedaan en de hoogte van symptomen en functioneren. Maar vooral: goede knul, met goede keuzes, goede vaardigheden, goede moed en een enorme berg doorzettingsvermogen.

    De volgende dag was ik weer voor dag en douw op pad. Ik liep flink door naar de volgende albergue, zodat ik daar voor de grote hitte zou arriveren. Toen ik bij aankomst even een kop koffie dronk op een terras, zag ik een bekende gestalte langs komen. Hij zwaaide vrolijk “Buon Camino!” en liep toen met zijn zware passen verder. Niet te stoppen.