Dorothé van Slooten: Rode teennagels

ProfielfotoDorothé van Slooten 30-07-2019 45 keer bekeken 0 reacties

Dorothé van Slooten is gezondheidswetenschapper en als senior stafmedewerker Vroege Psychose en Innovatie verbonden aan Kenniscentrum Phrenos. Zij is tevens ondersteuner van het Netwerk Vroege Psychose. Klik hier voor meer informatie over Dorothé.

Het is mooi weer. We dragen allebei een rokje en hebben rode nagels aan onze voeten. We lachen om die nagels. Niemand die ernaar kijkt maar het staat zo feestelijk. Echt zomers. Ze slaat haar been extra omslachtig over het andere. Geen twijfel mogelijk: op dit zonovergoten terras zit een meid met de zomer in haar bol.

Ze vertelt over haar werk. Twee dagen per week, niet heel uitdagend werk, maar wel met leuke collega’s. Ze stapt elke werkdag half slapend maar vrolijk uit bed. Vorige week was ze naar haar teamhoofd gestapt vanwege een situatie waar ze niet tevreden mee was. Ze had complimenten gekregen. “En ik dacht dat ze misschien boos zou zijn”, zegt ze besmuikt lachend. Ze springt, ze valt (maar is best goed in weer opstaan geworden), gaat kopje onder (maar meestal niet), maakt grote en als dat nodig is ook kleine slagen. Ze straalt als ze erover vertelt.

Ik ken haar goed en zie haar regelmatig. Vaak op een terras of bij een kop koffie in een café. Ze heeft moeilijke jaren achter de rug, waarin alles wat ze had opgebouwd volledig instortte, zoals ze het destijds omschreef. Nu ziet ze dat anders: “Het ging niet goed op de manier waarop ik leefde. Maar dat zag ik niet. En toen kreeg ik die psychose. Het was een wake-up call. En het hielp, ik ben wakker geworden…” Ze lacht, maar beiden weten we nog hoe heftig die periode was, hoe ze langs het randje ging en er bijna overheen kieperde. Hoe ze er door hard werken, een warm netwerk en goede steun van hulpverleners na een paar jaar weer bovenop is gekomen. “Als jullie er allemaal niet waren geweest…”, ze maakt haar zin niet af, maar we weten beiden wat ze bedoelt.

Ze laat een foto zien van de week ervoor. Ze ziet er vrolijk uit, juichend. “Hier heb ik net de therapie afgesloten. Dat was echt zo’n mijlpaal! Bij mijn therapeut hebben we het gevierd, die laatste keer.” Ze had er erg tegenop gezien. Kon ze het wel alleen? Niet meer die tweewekelijkse afspraken, niemand meer die een uur de tijd maakt om de dingen van het leven met haar uit te diepen. Doodeng. Gelukkig hebben ze goede afspraken gemaakt voor het geval dat…

Ik vraag of ze voldoende mensen in de buurt heeft met wie ze kan praten als dat nodig is. Dat vindt ze moeilijk, zegt ze. “Mensen zeggen vaak dat ik het achter me moet laten, of nog erger: dat ik het ‘een plek moet geven’. Maar het punt is, dit is zo ingrijpend geweest in mijn leven, dat het deel van mij geworden is. Het heeft me gemaakt tot wie ik nu ben. Ik draag het mee. Het is net als wanneer er een geliefde sterft, die laat je toch ook niet achter?” Want zo zag ze zichzelf soms, als een weduwe, in het zwart, in de rouw. Nu, na al die jaren, mag de rouwkleding uit, mag ze weer kleur ontdekken, mag ze weer vieren.

Dus ja, ze heeft een goede reden om haar rode teennagels te tonen. Ze wil weer gezien worden!

0  reacties