Dorothé van Slooten: Hoe maak je een welkome wijk voor iedereen?

Joyce Huls 30-04-2019 172 keer bekeken 0 reacties

Dorothé van Slooten is gezondheidswetenschapper en als senior stafmedewerker Vroege Psychose en Innovatie verbonden aan Kenniscentrum Phrenos. Zij is tevens ondersteuner van het Netwerk Vroege Psychose. Klik hier voor meer informatie over Dorothé.

Hij was boos. Er was inmiddels zoveel gebeurd dat het niet meer goed voelde. Hij hoefde het niet eens expliciet uit te spreken, uit alles bleek zijn onmacht en frustratie. Hij was boos en ten einde raad.

Ik sprak hem in verband met het thema ‘Welkome wijk’. Ik zou diverse mensen interviewen en hij was de eerste. Ik hou van dat soort gesprekken. De semigestructureerde vragen geven een inkijkje in hoe mensen denken en voelen. De eigen wijk is bovendien een persoonlijk thema, dus dan kom je als interviewer best dichtbij. Mooie gesprekken, maar niet altijd even makkelijk.

En dat was dat eerste gesprek zeker niet. Hij zat er echt mee, met de overlast in zijn wijk. Hij vertelde hoe het woonplezier de afgelopen jaren verdwenen was door de aanwezigheid van diverse zorginstellingen binnen een straal van een paar honderd meter. Hij had eerst niet veel tegen die mensen, zo zei hij, maar inmiddels liepen de emoties hoog op: “Al die mensen maken ons als bewoners kwetsbaar!”

“Ik spreek natuurlijk vanuit mijn eigen straatje, letterlijk maar ook figuurlijk. Ik denk alleen nog vanuit mijn eigen perspectief. Je kunt wel zeggen dat je begrip moet hebben voor de andere kant, maar dat valt niet mee als je straat overspoeld wordt door al die mensen uit de zorginstellingen. De spuiten, de flessen bier, de rotzooi. Alles ligt gewoon voor de deur en mijn kinderen vinden dat. Wie wil dat nou?” Waarna de verhalen elkaar in hoog tempo opvolgden. “Weet je”, eindigde hij: “Wij hebben last van alcoholisten, junks, criminelen, mensen met agressief gedrag, mensen met verward gedrag en wie al niet meer. Zo wil toch niemand wonen!”

Ik begreep zijn probleem. Volgens de gemeente zijn er inderdaad relatief veel zorginstellingen gevestigd in dat deel van de wijk, variërend van ggz en verslavingszorg tot daklozenopvang. Je zou bijna denken dat daar ooit een rekenfoutje is gemaakt. En hoe professionals en bewoners ook hun best deden, het lukte niet de overlastproblemen op te lossen. Gelukkig bood een groepsapp enig soelaas. Met vlot signaleren en korte lijnen proberen buurtbewoners en professionals mogelijke probleemsituaties snel op te lossen. Dat vond mijn gesprekspartner een hele opluchting, maar: “We zijn er nog lang niet.” Van destigmatisering en een gezamenlijke activiteit wilde hij dan ook niks weten: “Daar heeft de straat na al dat gedoe geen behoefte meer aan.”

Aan het eind van het gesprek bedankte ik hem. Het bleef even stil en toen zei hij: “Ik ben door mijn emotie wel wat kort door de bocht geweest. Dan scheer ik iedereen over één kam. Ik wil daarom nog even zeggen dat als het om mensen gaat die gerehabiliteerd zijn en terug willen keren in de maatschappij, dat het dan iets anders is. Dat kan wel in onze wijk!”

Naderhand zat ik een tijd voor me uit te staren en vroeg me af hoe zo’n onmogelijke situatie opgelost kan worden. Iedereen heeft recht op een plaats in de samenleving, buurtbewoners, maar ook mensen die op welke manier dan ook worstelen met het bestaan. Om dat goed te laten verlopen is een sterke visie met bijbehorende keuzes nodig. Dat vraagt moed, inzicht, energie, geld en vooral een lange adem. Maar wat is wijsheid?

Heb je goede ideeën voor een welkome wijk? Reageer!

0  reacties