Dorothé van Slooten: Weg met het taboe op eenzaamheid!

Joyce Huls 25-09-2018 0 reacties

Dorothé van Slooten is gezondheidswetenschapper en als senior stafmedewerker Vroege Psychose en Innovatie verbonden aan Kenniscentrum Phrenos. Zij is tevens ondersteuner van het Netwerk Vroege Psychose. Klik hier voor meer informatie over Dorothé.

Dit is een blog over eenzaamheid. Niet omdat het zo’n interessant thema is, maar omdat het een urgent thema is. Eenzaamheid treft veel mensen! Mensen met financiële zorgen, mensen met gezondheidsproblemen, mensen met (vroege) psychose, vluchtelingen, ouderen, jongeren en nog zo heel veel andere burgers.

Om maar eens wat te noemen: recent GGD-onderzoek wijst uit dat 80.000 Amsterdammers ernstig eenzaam zijn. Dat is 13% van de volwassen bevolking van onze hoofdstad. Daarnaast voelt 35% zich in meer of mindere mate eenzaam. Dat is 48% totaal, bijna de helft van alle Amsterdammers! Naar verwachting zal dit in de nabije toekomst alleen nog maar toenemen.

Nu is het probleem van eenzaamheid in Amsterdam wel wat groter dan elders. Dat ligt aan typisch grootstedelijke factoren als werkeloosheid en anonimiteit, maar ook aan het feit dat er veel eenlingen naar wereldsteden trekken. Denk maar aan studenten, expats en migranten. Die cijfers gelden dus niet zomaar voor de rest van Nederland. Dat neemt niet weg dat we de samenleving snel zien veranderen en onpersoonlijker worden. Mensen voelen zich steeds minder deel uitmaken van een groter geheel, van een stad of een wijk. De rol en betekenis van oude sociale verbanden verminderen. Steeds minder mensen zijn lid van een buurtvereniging of actief in de kerk. Er wordt dan ook gevreesd dat de eenzaamheid ook elders in Nederland zal toenemen. Nu is dat nog 10% voor ernstige en 33% voor matige eenzaamheid. Welbeschouwd is dat eigenlijk niet eens zo heel veel minder dan in Amsterdam…

Drie jaar geleden ben ik in mijn eentje naar Amsterdam verhuisd. Weliswaar naar de wijk met het laagste eenzaamheidscijfer, maar desondanks: die eerste twee jaar waren moeilijk. Ik kende niemand en het is een immens grote stad. Bovendien zijn er als je ouder wordt steeds minder aanknopingspunten om mensen te ontmoeten. Daar komt bij dat weinig mensen staan te wachten op nieuwelingen, zeker op mijn leeftijd. Als ik in die tijd om me heen keek, vroeg ik me af wie tot die 48% behoorde. Maar eenzaamheid toont zich niet. Terwijl ik lotgenoten wilde zien, mensen die net als ik eenzaam waren…

Want ja, eenzaamheid trof mij dus ook. Ik was niet altijd en ook niet ernstig eenzaam, maar het trof mij desondanks. Ik hoorde bij die groep.

Het voelt als een ‘coming out’ te zeggen: “Ik was eenzaam en soms ben ik het nog.” En ik zeg dit niet zomaar. De reden van dit uit de kast komen is dat ik in die tijd heb gemerkt dat mensen liever zwijgen over eenzaamheid. Het is niet hot. Je kunt een meewarige reactie krijgen, onbegrip voelen of zelfs beschouwd worden als een zielig geval. Dat wil toch niemand? Dus zwijgt men over dit thema. Gelukkig merk ik dat mijn eigen openheid veel los heeft gemaakt bij mijn gesprekspartners. Het riep vaak wederzijdsheid op en gesprekken die verder voerden. Alsof we bijna als vanzelf bij een dieperliggende existentiële laag kwamen. Niet alleen bij mensen die zich eenzaam voelden, ook bij mensen voor wie dat niet gold. Je zou bijna zeggen: “Eenzaamheid mag dan niet hot zijn, het gesprek erover is dat wel!”

Dus ja, ik was eenzaam en soms ben ik dat nog. En ik schaam me er niet voor. Het is deel van het leven, of in ieder geval van mijn leven. En het maakt mij tot een vrouw met een missie: ik wil dat het taboe op eenzaamheid verdwijnt. Dat het bespreekbaar wordt. Dat we er in onze vriendenkring over praten. En dat we er standaard in de GGz over praten.

Want als 48% van de bevolking eenzaamheid beleeft, kun je zeggen dat het bij het leven hoort. Dus weg met dat taboe!

(Bron cijfermateriaal: Parool, 24 juni 2017)

0  reacties