Zesde Psychose Awareness Talk op zaterdag 23 mei

May 24, 2020 94 keer bekeken 0 comments

Anne Marsman ging zaterdag 23 mei in de zesde Psychose Awareness Talk in gesprek met hersenwetenschapper Esther van Duin en ervaringsdeskundige Jerry Allon over wat de neurowetenschap ons leert over psychose en visa versa.

Esther is al van jongs af aan gefascineerd door de werking van ons brein en door vragen als 'Wie zijn we? Wat bepaalt ons gedrag? Waarom leven we zoals we leven?' Ze is gepromoveerd op onderzoek naar 22Q11-deletie syndroom, een syndroom dat na het Syndroom van Down het meest voorkomt onder de algemene bevolking en een verhoogd risico op psychotische ervaringen geeft. Jerry is ervaringsdeskundige. Hij vertelt dat hij bij zijn eerste psychose nog nooit van een psychose gehoord had. Hij was ‘een beetje doorgedraaid’, zo dacht hij. De psychose veranderde zijn leven totaal. Inmiddels werkt hij al weer jaren zelfstandig als ervaringsdeskundige, spreker, docent en dagvoorzitter op het terrein van geestelijke gezondheidszorg. Dat een psychose ook met de hersenen te maken had, weet hij sindsdien.

Esther vertelt dat het brein een geoliede machine is, die informatie die via de zintuigen binnenkomt verwerkt en er een verhaal van maakt. Dat gebeurt met behulp van neurotransmitters, zoals dopamine. Dopamine geeft een label aan al die informatie en bepaalt hoeveel aandacht je eraan schenkt. De (nog niet bewezen) dopaminehypothese houdt in, dat de hoeveelheid dopamine in je brein ervoor zorgt hoeveel waarde hecht aan prikkels van buiten maar ook van binnen. Bij een psychose is zorgt dopamine ervoor dat je als het ware een te groot label op informatie plakt.

Jerry herkent dit beeld goed: “Het filter doet het eigenlijk niet meer. Kleine details worden groot en beïnvloeden hoe je je voelt en wat je denkt. Wat vervolgens heel belangrijk is, is om de herkomst van de psychose te achterhalen. Hoe komt het dat je dat hebt? Is dat door een syndroom of een andere genetische component of komt het door bijvoorbeeld een trauma?” Esther onderschrijft dit. Voor iemand met psychotische ervaringen is het essentieel dat het lijden wordt verlicht en daarvoor moet je de oorsprong kennen. “In principe kun je van zowel van trauma, het 22Q11-deletie syndroom als stress (verhoogd cortisol niveau) zeggen dat het een kwetsbaarheid geeft voor een andere werking van dopamine. En als je dat weet, kun je dat behandelen.”

Esther legt uit dat de epigenetica een mooi en hoopvol principe geeft. Genen beïnvloeden ons leven en gedrag, maar andersom is het ook zo dat onze ervaringen en ons gedrag de functie van een gen beïnvloeden, zonder overigens dat de DNA-code verandert. Dat is een hoopgevend idee, vindt Esther: “Je hebt dus ook bij psychose invloed op je leven en je brein door de omstandigheden die je creëert voor jezelf. Hersencellen maken verbindingen en hoe vaker je die aanspreekt, hoe beter ze worden verankerd en hoe makkelijker ze gebruikt kunnen worden. Dat geldt tijdens een psychose, maar ook als je daarna nieuwe verbindingen of netwerken wilt aanmaken. En als je dus je nieuwe manier van omgaan met het leven consequent blijft uitvoeren en herhalen, wordt dat steeds makkelijker te vinden. Dat vind ik een hoopvol perspectief!”

Jerry ziet dit goed in zijn eigen geschiedenis terug. Na zijn 1e psychose had hij veel verlieservaringen en heeft hij allerlei nieuwe patronen geïntroduceerd in zijn leven. Deze is hij consequent blijven gebruiken. Dat heeft hem bij de 2e psychose enorm geholpen. Tegelijkertijd is dat niet het enige wat van belang was: “Mijn omgeving was ontzettend belangrijk. Ze gingen heel dicht om mij heen staan. Die maatschappelijke banden maken sterk en veerkrachtig. Dat moeten we niet vergeten!” Esther is het hier zeer mee eens. Zij stelt dat de wetenschap vaak heel erg gespitst is op één gebied, maar dat het gaat om de integratie daarvan in de samenleving, de behandeling, enz. Dat is de drijfveer: mensen helpen! Esther: “ik geloof dat er nog een grote brug te slaan is tussen psychiatrie, wetenschap maar ook de maatschappij. Er komt over en weer te weinig van wat we ontdekken bij de ander terecht.”

Jerry beaamt dit en merkt op dat we meer zijn dan ons brein. Maar laten we wel nieuwsgierig zijn. Wat beïnvloedt wat en hoe? Esther hoopt dat we met deze kennis in de toekomst steeds meer gaan doen, ook op scholen en in opleidingen: “Een inkijkje in ons brein kan enorm veel informatie geven, maar het moet niet gereduceerd worden tot de oorzaak van alles. Het kan ons helpen onszelf te begrijpen en te zien hoe dingen ontstaan in interactie van omgeving en brein!”

Op de vraag wat een succesvolle behandeling is, stelt Esther dat herstel valt en staat met hoop en perspectief. Jerry onderschrijft dit en voegt toe dat het vooral om afname van lijden en verhoging van de kwaliteit van leven moet gaan. Symptomen hoeven niet noodzakelijk te verdwijnen om tot herstel te komen: “Je hoeft niet de oude te worden, zoek de nieuwe.” Een mooi eind van een goed gesprek!

Uitzending gemist? Geen nood, je kunt het gesprek ook nu nog nakijken. Klik hier.

 

Esther is vorig jaar met 'MindLife' gestart, waarmee ze een brug wil slaan tussen neurowetenschap, psychiatrie en de maatschappij. Klik hier voor meer informatie over Mindlife.

0  Comments

Cookie settings