Wim Veling: Wie wil niet elke dag bellen met het ministerie?

225 keer bekeken 0 reacties

Wim Veling is psychiater en hoogleraar psychiatrie bij het Vroege Interventie Psychose team van Universitair Centrum Psychiatrie, UMC Groningen. Hij was tot juni 2018 voorzitter van Netwerk Vroege Psychose. 

Bellen met het ministerie

De psychiatrische kliniek in Den Dolder, waar Michael P. zat, en waar voortdurend patiënten weglopen, moet nu elke dag bellen met het ministerie. Er zijn teveel dingen misgegaan, het is genoeg geweest. Minister Dekker ziet dat ze hun werk niet aan kunnen, en stelt zijn Knapste Koppen beschikbaar om te helpen. Ik stel me zo voor dat de geneesheer-directeur van de kliniek elke morgen om 9 uur de telefoon pakt. “Goedemorgen, met Den Dolder.” “Hier het ministerie, hoe zijn de afgelopen 24 uur verlopen?” De geneesheer-directeur zucht. “Best pittig, eerlijk gezegd. Eén van onze patiënten is erg agressief, doordat hij psychotisch is en medicatie weigert. Hij is bijna niet te benaderen. Met een andere patiënt gaat het juist goed. Hij is hersteld van zijn psychose, en werkt goed mee in de behandeling. Maar hij begrijpt niet dat hij ziek is geweest, en ziet ook niet in dat hij medicatie nodig heeft. We kunnen hem niet eindeloos opgesloten houden, maar vragen ons af of hij netjes terug komt als hij een uur alleen naar buiten mag. En een derde patiënt blijft maar speed gebruiken, ook al zit hij op een gesloten afdeling. Daardoor is hij steeds prikkelbaar en agressief.” De ambtenaar neemt een slokje van zijn koffie en rolt zijn mouwen op. Just another day at the office. “Duidelijk. Onze instructies zijn als volgt: bij de eerste patiënt zus en zo, bij de tweede dit en dat, en de derde hupsakee.” De geneesheer-directeur valt bijna van zijn stoel. Wat een briljante suggesties, wat een geweldige ideeën! Dat ze daar zelf niet aan gedacht hadden! “Dank u wel, we gaan er mee aan de slag. We zijn heel blij met uw instructies.” De ambtenaar knikt. “De overheid helpt graag. Maar denk er om, morgen om 9 uur meldt u zich weer.” “Natuurlijk!”, roept de geneesheer-directeur dankbaar. “Tot morgen! En een fijne werkdag!” De ambtenaar blijft in functie en zegt koeltjes “Tot ziens.” De geneesheer-directeur heeft tijdens de instructies van de ambtenaar meegeschreven, en haast zich naar de afdelingen. De zegenrijke woorden van het ministerie gaan als een lopend vuurtje rond, hulpverleners gaan aan de slag, en alle patiënten profiteren er van. Na enkele weken zijn er geen incidenten meer, geen geweld, geen drugs. Alle patiënten doen wat hen gezegd wordt, en zijn aan de beterende hand. En ze leefden nog lang en gelukkig. Elke dag bellen met het ministerie, dat zouden we allemaal wel willen!

0  reacties